Deze visie beoogt te voorzien in ruimtelijk detailhandelsbeleid voor de gemeente Eersel. Op basis van deze visie kunnen initiatieven worden getoetst aan de gewenste detailhandelsstructuur en kan vertaling plaatsvinden naar structuurvisies, gebiedsvisies en bestemmingsplannen.
Provinciaal detailhandelsbeleid
De provincie Noord-Brabant heeft in een brief aan alle Brabantse gemeenten (Provincie Noord-Brabant, brief van 23 november 2013, kenmerk 3499442, ‘Werk aan de winkel in de regio’) aangegeven dat er regionaal afgestemd moet worden bij nieuwe detailhandelsontwikkelingen. Daarnaast geeft de provincie aan dat er ingezet moet worden op perspectiefrijke winkelgebieden, er aandacht moet zijn voor leefbaarheid in kernen en steden, en verlangt zij dat de ladder van duurzame verstedelijking wordt toegepast bij detailhandelsinitiatieven. Deze ladder houdt in dat eerst moet worden aangetoond dat er een (kwantitatieve en/of kwalitatieve) behoefte bestaat. Als die aanwezig is, moet worden gekeken of het initiatief ingepast kan worden in een bestaand winkelgebied. Alleen als dat niet kan, kan een nieuwe winkellocatie in beeld komen.
Met de detailhandelsvisie zet de gemeente Eersel in op een duurzame winkelstructuur bestaande uit één sterk en perspectiefrijk centrum in Eersel en, ten behoeve van de leefbaarheid, twee kernverzorgende voorzieningenclusters in Vessem en Wintelre. In algemene zin is in de gemeente Eersel geen behoefte aan uitbreiding van het winkel-
aanbod. Ter versterking en verduurzaming van het centrum van Eersel worden daar wel nieuwe winkelontwikkelingen toegestaan. Mogelijke leegstand die als gevolg daarvan ontstaat buiten het centrum, wordt, gelet op de ambitie voor het centrum, geaccepteerd. Voor dat soort locaties zal gezocht moeten worden naar invulling door een andere functie.
Rol gemeenten: ruimtelijke ordening
Het is gemeenten niet toegestaan concurrentieverhoudingen te reguleren, zelfs niet als (bestaande) bedrijven in de problemen komen of failliet gaan. Een dergelijke vorm van economische ordening wordt onder meer door de Europese Dienstenrichtlijn verboden. Het opleggen van beleidsregels is nadrukkelijk wel mogelijk in het kader van ‘dwingende redenen van algemeen belang’. Voorbeelden daarvan zijn ruimtelijke ordening (o.a. ruimtegebruik, voorkomen leegstand) en een goed woon- en leefklimaat (o.a. werkgelegenheid of overlast). Deze detailhandelsvisie is opgesteld vanuit dergelijke redenen van algemeen belang en is derhalve ‘Dienstenrichtlijn-proof’.
Vertaling naar bestemmingsplannen
Voor succesvol ruimtelijk detailhandelsbeleid is het van belang dat de visie wordt vastgelegd in bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan (en handhaving) is het meest krachtige instrument dat de gemeente tot haar beschikking heeft om ruimtelijk beleid te voeren. Hierin wordt door middel van bestemmingen en voorschriften structureel bepaald waar wel en waar geen detailhandel is toegestaan.
In het bestemmingsplan kan de gemeente Eersel bepalen dat detailhandel alleen mag plaatsvinden in het kernwinkelgebied (Nieuwstraat) en het verblijfsgebied (Markt/Hint). Hierbuiten wordt geen nieuwe detailhandel of uitbreiding ervan toegestaan, tenzij daarvoor reeds planologisch-juridisch toestemming is gegeven. Die rechten blijven vanzelfsprekend geldig. Bij leegstaande panden buiten de gewenste winkelgebieden wordt bij voorkeur de bestemming gewijzigd in niet-winkelfunctie.
In bestemmingsplannen worden over het algemeen alleen hoofdbestemmingen vastgelegd (wonen, detailhandel, horeca, etc.). Nadere planvoorschriften aangaande detailhandel mogen in principe slechts om dringende redenen het meest doelmatige gebruik beperken. Deze dringende redenen dienen een planologisch karakter te hebben. Met andere woorden: ze moeten ruimtelijk relevant zijn. Bovendien moeten ze vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening overtuigend worden gemotiveerd. In het kader hiervan komen de volgende nadere planvoorschriften aan de orde:
Maximum omvang van supermarkten in het centrum van Eersel;
PDV-branches op bedrijventerreinen;
Branchevervaging op PDV-locaties;
Internetverkoop en afhaalpunten;
Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit.
Maximale schaalgrootte supermarkten
Voor de gemeente Eersel is het ruimtelijk relevant om een maximale schaalgrootte voor de supermarkten vast te leggen. In de kern Eersel heeft dit als doel de keuzemogelijkheden voor consumenten te behouden én een zo groot mogelijk aantal publiekstrekkers te behouden voor het centrum. Als richtlijn voor de maximale schaalgrootte kan de omvang van de grootste supermarkt worden genomen (C1000 zal na realisatie van de vergunde uitbreiding circa 1.500 m² wvo groot zijn) zodat een ‘gelijk speelveld’ ontstaat.
Voor Vessem en Wintelre bestaat de ambitie in beide kernen een supermarkt te behouden. Beide supermarkten hebben een kernverzorgende functie. Om te waarborgen dat de supermarkten niet een kernoverstijgende functie gaan hebben, is het verstandig de supermarkten niet te groot te laten worden. Ter indicatie kan voor beide supermarkten uit worden gegaan van 700 à 800 m² wvo.
PDV-branches op bedrijventerreinen
Met de Wro en Bro hebben gemeenten de mogelijkheid om in een bestemmingsplan de vestiging van bepaalde branches te beperken of uit te sluiten (artikel 3.1.2 Bro). Een branche- of assortimentseis zal echter moeten worden gemotiveerd vanuit overwegingen van ruimtelijke kwaliteit en kan niet louter gegrond zijn op argumenten van concurrentiebeperking. Dit vereist een overtuigende motivering.
Vanwege de aard of omvang van goederen (brandgevaarlijk, volumineus) is onderscheid tussen de traditionele PDV-branches en de algemene bestemming detailhandel ruimtelijk relevant gebleken. De schaal van het artikel is een ruimtelijk relevant criterium. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk bouwmarkten door middel van een afwijking of eigen bestemming op een bedrijventerrein te vestigen. Dergelijke winkels kunnen op bedrijventerreinen in Eersel worden toegestaan. Het is verstandig om dit per geval te beoordelen en een eenduidige definitie voor PDV in het bestemmingsplan op te nemen.
Branchevervaging op PDV-locaties
Perifeer gelegen winkels in volumineuze branches hebben de neiging om naast hun volumineuze hoofdassortiment ook een nevenassortiment te voeren (grotere winstmarges per m²). Zo zijn er bouwmarkten die kleding, en tuincentra die huishoudelijke artikelen en speelgoed verkopen. Indien geen handhaving van de bestemmingsplanregels plaatsvindt, ontstaat (in toenemende mate) branchevervaging.
In het bestemmingsplan heeft de gemeente de mogelijkheid regels op te nemen over het te voeren nevenassortiment. Zo kan er gewerkt worden met branchelijsten (welke artikelen behoren tot het hoofdassortiment en welke artikelen tot het nevenassortiment) en kan aangegeven worden welk oppervlak van de winkel maximaal gebruikt mag worden voor verkoop van nevenassortiment.
Voor de gemeente Eersel is het verstandig om dergelijke regels echter niet op te nemen. Beleidsmatig wordt immers ingezet op de clustering van dit soort winkels in het centrum van Eersel. Er zijn vanuit het beleid geen redenen aanwezig om verkoop van een ruim niet-volumineus assortiment toe te staan op perifere locaties. Daarnaast levert het opleggen van regels, zoals het toestaan van een nevenassortiment op een beperkt winkelvloeroppervlak, in de praktijk vaak problemen op met betrekking tot handhaving. Door de verkoop van nevenassortimenten niet toe te staan in perifeer gelegen winkels is het voor iedereen helder wat is toegestaan. Het handhaven is in een dergelijke situatie eenvoudig. Bij elk artikel dat wordt verkocht en dat niet tot het hoofdassortiment van de branche behoort, kan in beginsel, vaak naar aanleiding van klachten van derden (piepsysteem), handhavend worden opgetreden.
Internetverkoop en afhaalpunten
Detailhandel betreft het bedrijfsmatig te koop aanbieden (en tonen), verkopen en/of leveren van goederen aan consumenten. Steeds vaker vindt deze activiteit plaats via internet. Er ontstaan nieuwe vormen van detailhandel: naast de traditionele winkel zijn er allerlei vormen van internetverkoop en afhaalpunten. Voor ruimtelijk detailhandelsbeleid en de planologische vertaling in bestemmingsplannen zijn vooral de ruimtelijke effecten (beoogde winkelstructuur, verkeer) en verschijningsvorm (uitstraling, ruimtegebruik) relevant. Betaling ter plaatse (voorheen een belangrijk onderscheidend criterium tussen een ‘toonzaal’ en een ‘winkel’) is met de toenemende mogelijkheden voor betaling op een andere (virtuele) locatie steeds minder van toepassing in het ruimtelijk beleid.
In dit licht wordt in het detailhandelsbeleid onderscheid gemaakt tussen drie hoofd-vormen van internetverkoop:
Internetverkoop zonder consument ter plaatse: alle handelingen (bestelling, betaling, levering) vinden plaats zonder aanwezigheid van consumenten. Er is geen fysieke, voor de consument toegankelijk locatie, er worden ter plaatse geen goederen getoond en er is ook geen afhaalpunt ter plaatse voor consumenten. De detailhandelsactiviteit heeft geen aan deze activiteit gerelateerde ruimtelijke verschijningsvorm. Deze vorm van internetverkoop is passend binnen een bestaande bestemming (wonen, opslag, logistiek, kantoor, agrarisch). Dit laat onverlet dat afgewogen moet worden of eventuele activiteiten als opslag of laden/lossen ruimtelijk en verkeerskundig gewenst zijn op betreffende locatie.
Internetverkoop met afhaallocatie waar goederen worden getoond aan de consument: activiteiten van detailhandel via internet vinden plaats in combinatie met het ter plaatse tonen van goederen ten verkoop aan consumenten (winkel). Het kan gaan om afhaallocaties van ‘webshops’ in winkels of om afhaalpunten van andere bedrijven in winkels. Ook vormen van internetverkoop waar het afhalen en het tonen van goederen plaatsvindt bij andere functies (zoals magazijn) vallen hieronder. Deze vorm van internetverkoop wordt in planologisch opzicht beschouwd als winkel en is alleen toegestaan in panden met een detailhandelsbestemming.
Internetverkoop met afhaallocatie voor de consument, zonder tonen van goederen: activiteiten van detailhandel via internet vinden niet plaats in combinatie met het ter plaatse tonen van goederen aan de consument, er is dus geen sprake van een winkel. Het is wel een vorm van detailhandel, want er worden ter plaatse goederen geleverd aan consumenten. Het kan gaan om een afhaalpunt in combinatie met andere functies, niet-zijnde winkels (zoals afhaalpunt in magazijn), om afhaalpunten op trafficlocaties (bij tankstation, treinstation) of om solitaire afhaalpunten (soms op solitaire locaties). Deze vorm van internetverkoop wordt in planologisch opzicht beschouwd als een afhaalpunt (vorm van detailhandel) en is alleen toegestaan binnen de bestemming detailhandel.
Alle vormen van internetverkoop behoren in beginsel tot een van deze categorieën en worden als zodanig beoordeeld. Dit betekent bijvoorbeeld dat een voor consumenten toegankelijke showroom (uitstalruimte), ook zonder bestelling, betaling of levering ter plaatse, planologisch als winkel wordt beschouwd. Buiten het centrum van Eersel, Vessem en Wintelre worden deze vormen van detailhandel bij voorkeur niet toegestaan. In een winkelgebied (bestemming detailhandel) zijn afhaallocaties in winkels, maar ook solitaire afhaalpunten, toegestaan.
Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit
In deze visie wordt ingezet op het toestaan van alle (meng)vormen van horeca en detailhandel in het centrum van Eersel. Buiten het centrum worden nieuwe winkels niet toegestaan. Er zijn echter situaties waarin detailhandel plaatsvindt als ondergeschikte nevenactiviteit op een locatie met een andere activiteit. De vraag die zich daarbij vaak voordoet is in hoeverre de detailhandelsactiviteit ondergeschikt is en/of deze noodzakelijk en/of gebruikelijk is voor de hoofdactiviteit. Evenals bij internetverkoop zijn voor het detailhandelsbeleid en de planologische vertaling in bestemmingsplannen vooral de ruimtelijke effecten (beoogde detailhandelsstructuur, verkeer) en verschijningsvorm (ruimtegebruik, uitstraling) relevant. Hiervan is vooral sprake indien verkoop plaatsvindt vanuit of in combinatie met een fysieke uitstalruimte die gericht is op en/of toegankelijk is voor consumenten (een winkelruimte).
In dit licht wordt buiten het centrum van Eersel detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in een pand zonder winkelbestemming slechts zeer beperkt toegestaan en alleen onder alle drie de volgende voorwaarden:
Er is sprake van ter plaatse vervaardigde artikelen (bijvoorbeeld asperges bij de boer, meubelmakerij, etc.) en/of er is geen sprake van een naar buiten toe zichtbare uitstraling als winkel (winkeltje in verzorgingshuis, shampoo bij de kapper).
De detailhandelsactiviteit blijft beperkt tot direct aan de hoofdactiviteit gerelateerde artikelen (wel asperges bij de boer en geen ‘landwinkel’ met versproducten van elders, geen (fysieke) verkoop aan consumenten vanuit huis).
De fysieke uitstalruimte die gericht is op en/of toegankelijk is voor consumenten is beperkt (het is immers een ondergeschikte nevenactiviteit).