Naar hoofdinhoud

2

Artikel 2.8

Voorzieningen voor in de directe woonomgeving

Onderdeel van Beoordelingskader Hulpmiddelen, woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen

Voorzieningen voor in de directe woonomgeving kunnen verstrekt worden in aanvulling op deelname aan het collectief / individueel vervoerssysteem of een tegemoetkoming in het gebruik van de eigen auto en zijn bedoeld voor het overbruggen van korte tot middellange afstanden in de woonomgeving. Bij specifieke aandoeningen kan het voorkomen dat er wel een aanvullende vervoersvoorziening verstrekt wordt, terwijl er geen duidelijke indicatie is voor deelname aan het collectief vervoersysteem; m.a.w. men kan wel gebruik maken van het openbaar vervoer, maar voor de overbrugging van de korte loop-/ fietsafstanden in de directe omgeving van de woning is een voorziening nodig. Voor vervoersvoorzieningen zoals een (elektrische) rolstoel, scootmobiel, aangepaste fiets, aangepaste wandelwagens/ buggy’s, aangepaste autostoeltjes voor kinderen kan bij verblijf in een Wlz-instelling aanspraak gemaakt worden op de Wlz Dit is een wettelijke voorliggende voorziening ten opzichte van de Wmo. In principe wordt er niet meer dan 1 aanvullende vervoersvoorziening naast een rolstoel verstrekt. Aanpassingen aan een auto om de vervoersvoorziening mee te kunnen nemen op de auto komen niet voor vergoeding in aanmerking. Voorwaarden voor verstrekking van een aanvullende vervoersvoorziening zijn: de voorziening wordt min of meer voor dagelijkse verplaatsingen gebruikt en niet slechts incidenteel (bv. alleen bij mooi weer of voor alleen recreatief gebruik); cliënt beschikt over voldoende rijvaardigheid; cliënt bezit over voldoende verkeersinzicht; cliënt is in staat zorg te dragen voor dagelijks onderhoud van de voorziening; er is voldoende garantie voor veilige stalling/ berging van de voorziening. Er zijn verschillende aanvullende vervoersvoorzieningen mogelijk De keuze van de voorzieningen hangt af van de restfuncties die iemand met een handicap heeft, het verplaatsingspatroon en de vraag welke voorziening de goedkoopst adequate oplossing vormt voor het vervoersprobleem. Het gaat hierbij met name om de volgende voorzieningen: fietsen, zoals aanpassingen aan bestaande fietsen; fietsen in speciale uitvoering; driewielfietsen; tandems; rolstoelfietsen; handbikes.  scootmobielen;  brommers, zoals driewielbrommers; rolstoelscooters.

Rechtspraak bij dit artikel