De uitkeringsgerechtigde krijgt zelf de gelegenheid binnen twintig werkdagen een tegenprestatieplaats bij een organisatie, instelling, club of vereniging te zoeken.
Als de uitkeringsgerechtigde het lastig of vervelend vindt om contact te zoeken met een potentiële organisatie, instelling, club of vereniging, dan is beperkte begeleiding vanuit de gemeente mogelijk.
Het college kan vrijwilligerswerk beschouwen als onbetaalde maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie naar vermogen.
Onder vrijwilligerswerk wordt in dit verband onbetaald werk met een maatschappelijk of liefdadig doel zonder commerciële belangen verstaan.
Daarnaast kan bij onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden worden gedacht aan bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de leefbaarheid in wijk of straat.
De uitkeringsgerechtigde kan informatie over de mogelijkheden van vrijwilligerswerk vinden bij bijvoorbeeld Het Stipepunt of het Vrijwilligers Servicepunt. Het Stipepunt en het Vrijwilligers Servicepunt zijn de steunpunten voor vrijwilligers in de gemeente De Friese Meren.
Indien de uitkeringsgerechtigde reeds vrijwilligerswerk verricht, dan kan dit vrijwilligerswerk door het college worden beschouwd als onbetaalde maatschappelijk nuttige werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie naar vermogen.
Wanneer de uitkeringsgerechtigde niet binnen twintig werkdagen zelf een tegenprestatieplaats heeft weten te bemachtigen, dan zal vervolgens door het college een passende plek worden gezocht.
De verplichting tot een tegenprestatie naar vermogen wordt in dat geval middels een beschikking opgelegd.
Indien er geen geschikte plekken zijn die voldoen aan de criteria van de tegenprestatie van vermogen en welke passen bij de individuele mogelijkheden en omstandigheden van de individuele uitkeringsgerechtigde, dan ziet de toepassing, met toepassing van artikel 6, van de Verordening tegenprestatie Participatiewet De Friese Meren het college, af van het de verplichting tot het verrichten van de tegenprestatie naar vermogen op grond van artikel 9, tweede lid van de Participatiewet, artikel 37a, eerste lid van de IOAW, of artikel 37 a, eerste lid van de IOAZ.
Als de uitkeringsgerechtigde niet of in onvoldoende mate meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie naar vermogen, wordt deze gedraging gesanctioneerd conform de Afstemmingsverordening Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ De Friese Meren.
Als uitgangspunt voor de duur en omvang voor invulling van de tegenprestatie geldt het aantal uren en weken als genoemd in artikel 2 van deze beleidsregel, de feitelijke invulling kan op grond van maatwerk flexibel worden vormgegeven.
Op alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 5 jaar met een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet is, ingevolge artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet, de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie naar vermogen niet van toepassing.