De doelstellingen van het coffeeshopbeleid zijn ten opzichte van het voorgaande coffeeshopbeleid min of meer hetzelfde gebleven, maar op enkele onderdelen nader uitgewerkt en aangescherpt. De voorwaarden waaronder in de gemeente Harderwijk de verkoop van softdrugs wordt gedoogd strekken ertoe:
de openbare orde te handhaven en het woon- en leefklimaat tegen de negatieve effecten van de exploitatie van een coffeeshop te beschermen;
de handel in softdrugs vanuit niet-gedoogde verkooppunten en straathandel te voorkomen en te bestrijden;
de ondermijnende invloeden van criminele drugscircuits op het openbare leven te beperken;
overlast in de omgeving van een coffeeshop te voorkomen, althans te beheersen;
een scheiding van markten tussen soft- en harddrugs te bewerkstelligen;
de volksgezondheid tegen de gevolgen van drugsgebruik in zijn algemeenheid en voor jeugdigen onder de 18 jaar in het bijzonder te beschermen o.a. door het voeren van ontmoedigingsbeleid en een doorverwijsplicht bij (vermoeden van) verslaving;
voorlichting te geven over de gevolgen van softdrugsgebruik, vooral aan jongeren, en andere preventieactiviteiten te verrichten, in combinatie met een gereguleerde en gecontroleerde verkoop van softdrugs; en
voorlichting te geven over de herkomst en samenstelling van cannabis, zo mogelijk ondersteund door etikettering van de producten.
De burgemeester is binnen de kaders van het landelijke gedoogbeleid en de geldende wet- en regelgeving belast met de handhaving van dit coffeeshopbeleid. Hij stemt de uitvoering van het coffeeshopbeleid af met de lokale driehoek.
Artikel 1.1