Op grond van artikel 13b van de Opiumwet (ook “Wet Damocles” genoemd) is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
De softdrugs die in een coffeeshop worden verkocht – hasj en hennep – komen voor in lijst II van de Opiumwet. In principe kan de burgemeester dan ook toepassing geven aan zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Zolang echter de exploitatie van een coffeeshop op basis van een gedoogverklaring en exploitatievergunning plaatsvindt, binnen de voorwaarden van dit coffeeshopbeleid en van het landelijk gedoogbeleid – waarover hierna meer – zal de burgemeester in beginsel zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet niet toepassen. Worden echter de voorwaarden van het coffeeshopbeleid overtreden, dan zal met inachtneming van de bij dit coffeeshopbeleid behorende handhavingsmatrix worden opgetreden. Hierbij wordt in voorkomende gevallen ook het gemeentelijke Damoclesbeleid betrokken.
Artikel 2.3