Op grond van artikel 125 lid 1 van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. Ingevolge artikel 125 lid 3 van de Gemeentewet wordt de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang uitgeoefend door de burgemeester, indien de last dient tot handhaving van regels welke hij uitvoert.
Omdat de burgemeester gezien de hiervoor genoemde bepalingen uit artikel 174 van de Gemeentewet en 13b van de Opiumwet, belast is met de handhaving daarvan, mag hij bij een overtreding daarvan op grond van artikel 125 lid 3 van de Gemeentewet een last onder bestuursdwang opleggen. Hiermee kan de burgemeester de naleving van de desbetreffende regel afdwingen. Indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, dan is de burgemeester bevoegd om de last door feitelijk handelen zelf ten uitvoer te leggen, op kosten van de overtreder. Op grond van artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Hierbij beschikt het bestuursorgaan – in dit geval de burgemeester – over keuzevrijheid.
In dit coffeeshopbeleid is een handhavingsarrangement opgenomen, waarin is geregeld welke bevoegdheid de burgemeester toepast bij bepaalde overtredingen.
Artikel 2.4