De aanvraag die in behandeling wordt genomen, wordt op de volgende wijze beoordeeld:
a. volledigheid van de aanvraag: indien de aanvraag onvolledig is wordt betrokkene hierover schriftelijk geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld op grond van artikel 4:5 van de Awb om éénmalig binnen twee weken de aanvraag compleet te maken (hersteltermijn). Is na twee weken geen volledige aanvraag ingediend, dan wordt deze buiten behandeling gesteld. De aanvraag wordt eveneens buiten behandeling gesteld direct nadat blijkt dat feitelijk8 Hiermee wordt bedoeld dat dezelfde personen al dan nietonder een andere stichtingsnaam(in oprichting) eveneens eenaanvraag hebben ingediend. dezelfde stichting of stichting in oprichting meer dan één aanvraag heeft ingediend. In geval er sprake is van een stichting in oprichting bij het indienen van de aanvraag, moet de stichting zijn opgericht voor het einde van de hersteltermijn. De stukken dienen ook binnen deze hersteltermijn te worden aangeleverd;
b. toetsing aan de in het onderhavige coffeeshopbeleid opgenomen criteria: indien niet wordt voldaan aan de vestigingscriteria en de gedoogcriteria die in respectievelijk paragraaf 4.5 en hoofdstuk 5 van dit coffeeshopbeleid zijn gesteld, wordt de aanvraag afgewezen;
c. gemeentelijke toetsing Wet Bibob; aanvragen worden door de gemeente aan een eigen Bibob-toets onderworpen. Indien dit onderzoek uitwijst dat er sprake is van een ernstig gevaar in de zin van artikel 3 wet Bibob, wordt de aanvraag afgewezen;
d. door een door de burgemeester aangestelde werkgroep, bestaande uit vijf personen, waarvan in ieder geval één persoon uit het sociaal-maatschappelijk werkdomein komt, wordt de aanvraag en de daarbij behorende bescheiden en bewijsstukken inhoudelijk beoordeeld en tegen elkaar afgewogen aan de hand van de volgende criteria:
1. Gedegenheid van het ondernemingsplan en de statuten
Dit is de mate waarin het ondernemingsplan en de statuten het vertrouwen geven
dat de stichting in staat zal zijn te voldoen aan de eisen uit dit gedoogbeleid. Hierbij wordt ook gekeken naar de motivatie en de haalbaarheid van het plan die in het ondernemingsplan tot uitdrukking komt, om een coffeeshop te exploiteren;
2. Niet-commerciële gedrevenheid
Uit het ondernemingsplan en de statuten moet het niet-commerciële karakter van de stichting blijken en moet worden toegelicht, hoe en waaraan de inkomsten worden besteed, bijvoorbeeld ten aanzien van de voorlichting en preventie van de gevolgen van drugsverslaving;
3. Kwaliteit van het personeel/bestuursleden stichting
Uit het ondernemingsplan blijkt de mate waarin de personen die participeren in de stichting beschikken over bekendheid met de coffeeshopbranche, met de doelgroep, met de risico’s van drugsgebruik, ervaring hebben met de exploitatie
van horecaondernemingen en contacten hebben of in staat zijn deze te leggen en te onderhouden met verslavings- en overheidsinstellingen die betrokken zijn bij drugshandel/-gebruik;
4. Aandacht voor drugsverslaving/preventiebeleid
Dit is de mate waarin de stichting zich blijkens het ondernemingsplan en de statuten bezighoudt met het voorkomen van softdrugverslaving. Daarbij inbegrepen de voorgenomen aanpak van de voorlichting;
5. Beperking overlast omgeving
Dit is de mate waarin de stichting maatregelen neemt om overlast voor de omgeving te voorkomen;
6. Veiligheid algemeen
Dit is de mate waarin de stichting aandacht schenkt aan maatregelen ter bevordering van de veiligheid in de coffeeshop en de omgeving;
7. Uitstraling van de inrichting
De vestiging van de coffeeshop mag het straatbeeld of de omgeving niet in negatief opzicht beïnvloeden.
8. Draagvlak
Dit is de wijze waarop maatschappelijk draagvlak zal worden verkregen binnen de gemeente en in het bijzonder bij de omwonenden, voor de vestiging van de coffeeshop.
9. Locatie
De locatie moet voldoen aan de eisen genoemd in paragraaf 4.5. Bij de weging wordt de mate van geschiktheid van de locatie beoordeeld en gewaardeerd. Daar wordt een score aan toegekend. Bij deze weging9 Zie voor uitleg van de weging paragraaf 6.7. wordt nog geen rekening gehouden met het feit of een locatie een ligging heeft in het voorkeursgebied en of er sprake is van een bestaande horecabestemming. Deze aspecten komen nog niet tot uitdrukking in de score.
Omdat een locatie gelegen binnen het voorkeursgebied, zoals aangeduid op de kaart in bijlage 1, evenals een locatie met een bestaande horecabestemming de voorkeur heeft, zullen deze aspecten extra worden gewaardeerd.
Concreet betekent dit dat een extra + toegekend wordt wanneer
een locatie binnen het voorkeursgebied is gelegen,
als een locatie een bestaande horecabestemming heeft.
Op het onderdeel ‘Locatie’ kan hierdoor dus twee keer een extra + worden toegekend bovenop de al toegekende score ten aanzien van de geschiktheid van de locatie.
e. Bibob-onderzoek LBB: over de aanvrager(s) die voldoe(t)(n) aan de vestigingscriteria en de gedoogcriteria uit dit coffeeshopbeleid en ter zake waarvan het gemeentelijk Bibob-onderzoek naar het oordeel van de burgemeester niet overtuigend uitwijst dat geen sprake is van een ernstig gevaar in de zin van artikel 3 van de Wet Bibob, wordt het LBB verzocht om advies.
6.7 Wegingsfactoren
De in paragraaf 6.6 onder d genoemde criteria zijn de wegingsfactoren. Als de aanvragen overeenkomstig de daaraan in dit coffeeshopbeleid gestelde eisen compleet zijn (6.6 sub a), voldoen aan de criteria van het onderhavige coffeeshopbeleid (6.6 sub b) en de gemeentelijke Bibob toets doorstaat, dan worden deze met elkaar vergeleken. Hierbij wordt aan de aanvragen per criterium, als genoemd in paragraaf 6.6 onder d van dit coffeeshopbeleid, de volgende score toegekend:
• -/- zeer negatief (als in het geheel niet wordt voldaan aan het criterium)
• - negatief (als onvoldoende wordt voldaan aan het criterium)
• 0 neutraal (als voldaan wordt aan het criterium)
• + positief (als ruim voldaan wordt aan het criterium, blijkend uit de overzichtelijkheid en zorg voor de onderbouwing van het criterium)
• +/+ zeer positief (als ruim wordt voldaan aan het criterium, blijkend uit de overzichtelijkheid en zorg voor de onderbouwing van het criterium en hieraan een (originele) toevoeging wordt gegeven, ten dienste van het criterium) 10 Let hierbij op de bijzondere waardering ten aanzienhetonderdeel ‘Locatie’ als beschrevenin paragraaf 6.6 sub d onder 9..
De scores van de wegingsfactoren worden bij elkaar opgeteld. Aan de aanvrager wiens aanvraag de hoogste score heeft behaald wordt de gedoogverklaring (en exploitatievergunning) verstrekt, mits de Bibob-toets een positieve uitkomst heeft. Bij een gelijke hoogste score geven deze aanvragers een presentatie aan de werkgroep, de burgemeester en aan de wethouder (gezondheids)zorg. De werkgroep beslist uiteindelijk wie op basis hiervan de hoogste waardering krijgt en brengt hierover haar eindoordeel uit aan de burgemeester.
De gedoogverklaring en exploitatievergunning wordt slechts afgegeven aan een aanvrager die op alle wegingsfactoren in paragraaf 6.6 onder d van dit coffeeshopbeleid minimaal een neutrale score of hogere score heeft behaald. Daarbij wordt een gedoogverklaring pas definitief verleend als alle andere noodzakelijke vergunningen en ontheffingen zijn afgegeven.
Nadat aan één van de aanvragers de gedoogverklaring is afgegeven, ontvangen de andere aanvragers, voor zover zij niet reeds een afwijzende reactie op hun reactie hebben ontvangen, een bericht dat hun aanvraag wordt afgewezen. Een weigering om een gedoogverklaring af te geven, is een niet op enig rechtsgevolg gericht besluit en daarom niet vatbaar voor bezwaar en beroep.
De burgemeester kan de gedoogverklaring intrekken als gedurende acht weken, anders dan vanwege overmacht, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de gedoogverklaring.
Artikel 6.6