In 2005 is beleid vastgesteld waarbij afhankelijk van de omvang van het kadastrale perceel, een bepaald aantal vierkante meters bijgebouwen, aan- en uitbouwen en bouwwerken op het bijbehorend erf mogelijk is. Het is een staffeling, waarbij de vierkante meters bebouwing toenemen naarmate het kadastrale perceel groter is.
Bij deze staffeling is altijd de omvang van het totale kadastrale perceel als uitgangspunt genomen. Bouwmogelijkheden relateren aan de omvang van het kadastrale perceel blijkt in de praktijk evenwel geen logische keuze. In een aantal situaties biedt een deel van het kadastrale perceel namelijk geen mogelijkheden voor erfbebouwing. Denk aan weilanden in het buitengebied of gronden met een uitdrukkelijke bosbestemming in het gebied Sonnevanck.
Het is daarom logischer om extra bouwmogelijkheden te relateren aan de omvang van het bebouwbaar erf van het bestemmingsplan. Dit is het (gedeelte van het) perceel dat volgens het bestemmingsplan bij een gebouw hoort en voor bebouwing met bijbehorende bouwwerken in aanmerking komt. Daarbij geldt nog steeds het principe hoe groter het bebouwbaar erf, hoe meer bouwmogelijkheden.
In het bestemmingsplan Buitengebied 2014 is ervoor gekozen twee staffels toe te voegen om bij percelen groter dan 3.500 m 2 meer bouwmogelijkheden toe te staan. Door deze staffels toe te voegen aan de beleidsregel wordt dit gelijkgetrokken voor de gehele gemeente.
De beleidsregel is op dit punt gewijzigd en de nieuwe staffeling luidt als volgt:
Oppervlakte bebouwbaar erf volgens bestemmingsplan
Maximaal aantal vierkante meters bouwwerken, bijgebouwen, aan- en uitbouwen1)
Tot 350 m2
Max. 50 m2*
Van 350 t/m 500 m 2
Max. 65 m2
Van 500 t/m 750 m 2
Max. 75 m2
Van 750 t/m 1.000 m 2
Max. 90 m2
Van 1.000 t/m 2.000 m 2
Max. 125 m2
Van 2.000 t/m 3.500 m2
Max. 150 m2
Van 3.500 t/m 5.000 m 2
Max. 200 m2
Vanaf 5.000 m2
Max. 250 m2
Voor alle categorieën geldt dat het bebouwbaar erf ten allen tijde nooit voor meer d an 50% bebouwdmag zijn. Dit teneinde een acceptabele leefbaarheidssituatie te behouden
1) Als het vigerende bestemmingsplan een onderscheid kent in bouwregels voor het zijerf en het achtererf, dan geldt het maximale aantal vierkante meters bijgebouwen en aanbouwen op het achtererf. Kent het vigerende bestemmingsplan dit onderscheid niet, dan geldt het maximale aantal vierkante meters bijgebouwen en uitbouwen op het bebouwbaar erf.
1) Als het vigerende bestemmingsplan een onderscheid kent in bouwregels voor het zijerf en het achtererf, dan geldt het maximale aantal vierkante meters bijgebouwen en aanbouwen op het achtererf. Kent het vigerende bestemmingsplan dit onderscheid niet, dan geldt het maximale aantal vierkante meters bijgebouwen en uitbouwen op het bebouwbaar erf.
* Maximaal 55 m 2 indien in het bestemmingsplan een 10% afwijkingsmogelijkheid is opgenomen.
Uitzonderingen
Op deze staffeling bestaat een tweetal uitzonderingen.
1.Beschermd stadsgezicht
Deze staffeling is niet van toepassing op bebouwbaar erf in het beschermd stadsgezicht. Harderwijk kent één (van rijkswege) beschermd stadsgezicht en dat is de binnenstad. Voor die situaties die binnen de begrenzing van dit beschermde stadsgezicht liggen, maken we steeds een individuele afweging. Dit vanwege het bijzondere ruimtelijke karakter van het beschermde stadsgezicht en de relatief hoge bebouwingsdichtheid in dit gebied.
2.Bebouwing op zij erven c.q. zijtuinen
Bebouwing op zij erven en / of zijtuinen is in ieder geval niet toegestaan als deze bebouwing uitsteekt vóór de voorgevels van naastgelegen bebouwing. Het gaat hierbij om vo orgevels die een consistente belijning volgen, zoals bijvoorbeeld de blokverkaveling in plannen als Stadsdennen en Zeebuurt. Het gaat niet om voorgevels die qua belijning een grillig verloop hebben, zoals woningbouw op vrije kavels in het buitengebied. Bij een meanderend verloop van de voorgevels is immers geen consistente belijning aanwezig.
Steekt de bebouwing niet uit vóór een consistente lijn van voorgevels van naastgelegen bebouwing, of is er geen consistente lijn aanwezig, dan is het uitgangspunt da t in beginsel een vrije strook van 3 meter wordt aangehouden tot de openbare weg. Als het vanuit stedenbouwkundig opzicht niet bezwaarlijk is, kan een kortere afstand dan 3 meter worden aangehouden. De beoordeling vindt per individueel geval plaats, waarbi j gekeken wordt naar het omgevingsbeeld en de locatiespecifieke omstandigheden.
Artikel 5.1.2