**1..** Financiering vindt in beginsel plaats op concernniveau. In uitzonderlijke, gemotiveerde en door de gemeenteraad geaccordeerde gevallen kan objectfinanciering plaatsvinden;
**2..** Nieuwe op te nemen geldleningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de meerjarig geprognosticeerde balans zoals opgenomen in de Programmabegroting dan wel liquiditeitenplanning;
**3..** Nieuwe leningen worden beoordeeld op hun effect op de renterisiconorm en schuldpositie c.q. netto schuldquote;
**4..** Toegestane vormen voor op te nemen geldleningen:
kortlopend: krediet in rekening courant, kas- en callgeldleningen;
langlopend: onderhandse (basisrente)leningen, roll-over leningen, Medium Term Notes, Schuldschein, obligatie.
**5..** Toegestane aflossingswijzen: lineair, annuïtair, fixe of combinatie hiervan;
**6..** Bij aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van drie maanden en langer worden offertes bij minimaal drie bankinstellingen en/of brokers opgevraagd alvorens een financieringsovereenkomst wordt afgesloten. Indien een bankinstelling en/of broker bij een specifieke uitvraag geen lating kan afgeven telt dit mee als gedane offerte;
**7..** Rente-instrumenten (derivaten) worden terughoudend en uitsluitend gebruikt ter beperking van renterisico’s;
**8..** Toegestane derivaten zijn: cap, FRA, swap en swaption.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3
Artikel 5.3.1
Financiering
Onderdeel van Financieringsstatuut gemeente Utrecht