Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 10.

De hoogte van een pgb

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 2020

De hoogte van een pgb: is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; en bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door het college ingekochte maatwerkvoorziening in natura. Indien geen maatwerkvoorziening is ingekocht, wordt het pgb berekend op basis van de kosten voor een soortgelijke voorziening. Jaarlijks kan indexering van het pgb-bedrag plaatsvinden, gebaseerd op kostenontwikkelingen en prijsafspraken met aanbieders. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: een zaak: op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop het product technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhouds- en verzekeringskosten. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhouds- en verzekeringskosten. dienstverlening: 1°. door een professional werkzaam bij een geregistreerde zorgaanbieder, niet zijnde bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: op maximaal de kostprijs van de goedkoopste adequate voorziening die hiervoor zou worden gehanteerd als de dienst in natura zou worden verstrekt; 2°. door een professional die niet werkzaam is bij een geregistreerde zorgaanbieder, niet zijnde bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: op maximaal 75% van de kostprijs van de goedkoopste adequate voorziening die hiervoor zou worden gehanteerd als de dienst in natura zou worden verstrekt; 3°. door een persoon uit het sociale netwerk: op maximaal van 50% van de kostprijs van de goedkoopste adequate voorziening die hiervoor zou worden gehanteerd als de dienst in natura zou worden verstrekt; vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van 1.500 kilometers per jaar; een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; het bezoekbaar maken van een woning: op de goedkoopst adequate offerte van twee of meer offertes, rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer; een woningaanpassing die niet door een verhuurder wordt uitgevoerd: op de goedkoopst adequate offerte van twee of meer offertes, rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk onder de volgende voorwaarden: dat deze persoon een tarief hanteert voor zijn diensten dat niet hoger is dan het op grond van het eerste en tweede lid gehanteerde tarief, en dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb mogen worden betaald. Er is geen vrij besteedbaar deel binnen het pgb. De kostprijzen die gebruikt worden voor het berekenen van de hoogte van de toe te kennen voorzieningen in pgb worden genoemd in Bijlage 1 van deze verordening. Jaarlijks per 1 januari kan het college de tarieven genoemd in Bijlage 1 van deze verordening indexeren. Het college kan nadere regels stellen omtrent het persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel