Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op:
kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt, tenzij aantoonbaar spoedeisend belang zich hiertegen verzet;
bemiddelingskosten (zoals belangbehartigers of tussenpersonen);
administratiekosten (zoals de extra kosten wanneer er met een acceptgiro wordt gefactureerd);
een eenmalige uitkering (ter compensatie van het verlies van inkomsten van de particuliere zorgverlener);
reiskosten voor woon-werkverkeer;
feestdagenuitkering;
vaste maandlonen (de budgethouder moet de zorgverlener via een declaratie of factuur laten uitbetalen).
Het college kan de verlening van een pgb weigeren indien:
de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft overlegd volgens het door het college vastgestelde model, weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of zonder geldige reden niet verschijnt op de afspraak om het budgetplan te bespreken, waardoor niet beoordeeld kan worden of de cliënt in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen of tot een verantwoorde uitvoering van de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken;
de cliënt zich niet heeft gehouden aan bij de verstrekking van een eerder pgb opgelegde verplichtingen;
de cliënt het beheren van het persoonsgebonden budget overlaat aan de aanbieder die de ondersteuning levert of een persoon die werkzaam is bij of voor deze aanbieder en deze naar het oordeel van het college niet in staat is tot een redelijke waardering van de belangen van de cliënt;
naar het oordeel van het college onvoldoende aannemelijk is dat met het pgb zal worden voorzien in toereikende ondersteuning van goede kwaliteit.
Hoofdstuk 5
Artikel 9.
Criteria voor een pgb
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 2020