Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast (of waarmee is afgezien van een verlaging) vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 6a en artikel 7a opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde of uit een hogere categorie verwijtbare gedraging, wordt bij de eerste constatering van recidive een verlaging van 5% opgelegd. Bij een volgende overtreding van eenzelfde of uit een hogere categorie verwijtbare gedraging wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld;
Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast (of waarmee is afgezien van een verlaging) vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 6b of artikel 7b opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde of uit een hogere categorie verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld;
Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast (of waarmee is afgezien van een verlaging) vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 6c, artikel 7c, artikel 10 lid 1, artikel 11, artikel 12 of artikel 18 lid 2 PW opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde of uit een hogere categorie verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld;
Als een belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de PW, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de PW, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende 3 maanden.
Hoofdstuk 5
Artikel 14
Recidive
Onderdeel van Maatregelverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020