3.2.1.Aan- en uitbouwen op het voorerfgebied
van één bouwlaag;
bij woningen.
Trendsetters
Indien in hetzelfde woonblok al een legale aan- of uitbouw op het voorerfgebied aanwezig is, wordt een aan- of uitbouw die qua type vergelijkbaar is, geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand.
Indien er in hetzelfde woonblok nog geen aanbouwen op het voorerfgebied aanwezig zijn de volgende criteria van toepassing:
Maatvoering:
ondergeschikt aan het hoofdgebouw
de bovenzijde van het dak moet onder een kozijn op de eerste verdieping blijven;
Vormgeving:
één bouwlaag;
rechthoekige plattegrond
indien een hoek die niet op de erfgrens is gesitueerd mag deze worden afgeschuind;
bij vrijstaande woningen zijn ook andere plattegronden mogelijk
plat of hellend dak;
de voorgevel en de zijgevels bestaan hoofdzakelijk uit glasheldere openingen;
geen balkon/hekwerk op de aanbouw;
niet breder dan 85 % van de breedte van de voor of zijgevel van de woning;
een aan- of uitbouw mag gecombineerd worden met overkapping, indien de overkapping dezelfde hoogte, diepte en dakvorm heeft als de aan- of uitbouw.
Materiaalgebruik en kleur:
materiaal van de gevel en dak afgestemd op het hoofdgebouw.
3.2.2.Bijgebouwen en overkappingen.
die grondgebonden zijn;
op een erf van een hoofdgebouw;
functioneel ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw;
van één bouwlaag van maximaal 3 meter hoogte, al dan niet voorzien van een kap of een kapverdieping.
geen balkon/hekwerk heeft
Deze worden geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand, als voldaan wordt aan de onderstaande eisen:
Kapvorm
bouwhoogte < 3 meter, kapvorm is vrij
vrijstaand en bouwhoogte > 3 meter: zadeldak, tentdak of schilddak
aangebouwd aan hoofdgebouw en bouwhoogte > 3 meter: kapvorm is afgestemd op het hoofdgebouw
geen balkon/hekwerk op het bijgebouw/overkapping ;
Materiaal en kleurgebruik gevels
gevels van hout, houtachtige, baksteen of daarmee te vergelijken materialen of overeenkomstig hoofdgebouw;
kozijnen, ramen en deuren van metaal, hout of kunststof of soortgelijke materialen;
dakbedekking bij vrijstaand bijgebouw/overkapping dakbedekking: dakpannen, bitumen,
geen felle contrasterende kleuren
Geen armoedige materialen
Materiaal en kleurgebruik dak
bouwhoogte < 3 meter: bitumen golfplaten, (plexi)glas, dakpannen, shingles en daarmee te vergelijken materialen of overeenkomstig hoofdgebouw
vrijstaand en bouwhoogte > 3 meter, dakpannen, shingles, golfplaten en daarmee te vergelijken materialen of overeenkomstig hoofdgebouw
aangebouwd aan hoofdgebouw en bouwhoogte > 3 meter: overeenkomstig hoofdgebouw
geen felle contrasterende kleuren.
Geen armoedige materialen
3.2.3.Gevelwijzigingen
het veranderen van bestaande kozijnen, kozijninvulling, ramen, deuren, luiken of gevelpanelen.
Criteria:
Maatvoering:
de gevelopening is overeenkomstig de bestaande gevelopening.
Vormgeving
de gevelopening bestaat voor hoofdzakelijk uit glasheldere doorkijkopeningen;
indien de bestaande gevelopening minder dan 70% glashelder doorkijkopeningen bevat mag het bestaande percentage glasheldere doorkijkopeningen niet minder worden.
Materiaalgebruik
kozijnen, deuren en ramen: metaal, hout, houtachtige, kunststof, of daarmee te vergelijken materialen:
kozijninvulling, gevelpanelen en luiken: hout, kunststof (volkernplaat). of daarmee te vergelijken: materialen:
Geen armoedige materialen
Dakkapellen.
De gemeente Harderwijk heeft sinds 1999 een dakkapellenbeleid. De criteria zijn daar op gebaseerd en zijn van toepassing voor woningen. Het algemene uitgangspunt bij dakkapellen is de woonblok benadering. Per woonblok streeft de gemeente ernaar, dat aan de voorzijde dezelfde type dakkapel wordt gerealiseerd. In detail hoeven deze niet identiek te zijn. Het gaat erom dat ze dezelfde hoofdvorm hebben. Voor dakkapellen op het achterdakvlak en zijdakvlak welke niet zijn gekeerd naar openbaar gebied geldt deze voorwaarde niet.
3.2.4.Dakkapel op het achterdakvlak of op het zijdakvlak die niet gekeerd is naar openbaar gebied
Plaatsing
In het geval wanneer het dak aan één zijde over meerdere verdiepingen (vliering is geen verdieping) doorloopt moet de dakkapel op de onderste verdieping worden gerealiseerd (zie figuur 1a).
wanneer het dak ook aan de andere (voor)zijde over meerdere verdiepingen (vliering is geen verdieping) doorloopt, kan ook een dakkapel op de bovenste verdieping worden gerealiseerd
Maatvoering:
gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;
Bij een aangekapte dakkapel mag de gezamenlijke hoogte van het kozijn en boei/goot niet hoger zijn 1,75 m (het dak telt dus niet mee)
de zijkanten of 1 dakpan, of 0,3 meter van de erfgrens cg. rand van het dakvlak;
bij twee-onder-een-kap-woningen mogen dakkapellen aan elkaar worden gebouwd ter plaatse van de woningscheidende muur;
Vormgeving:
het dak is plat of aangekapt.
Materiaal- en kleurgebruik:
kozijnen, ramen en panelen, boeiranden: hout, houtachtige, kunststof, volkernplaat of daarmee te vergelijken materialen;
zijwanden: hout of houtachtige materialen, zink, volkernplaat of daarmee te vergelijken materialen;
dak: dakbedekking hetzelfde als het bestaande dak;
geen contrasterende/felle kleuren.
.
3.2.5.Dakkapel op het voordakvlak of op een zijdakvlak die gekeerd is naar openbaar gebied
(type B)
Trendsetter
Indien in hetzelfde woonblok al een dakkapel op het voordakvlak aanwezig is (die op legale wijze tot stand is gekomen), wordt een dakkapel die qua type(hoofdvorm) vergelijkbaar is, geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand.
In andere gevallen zijn de volgende criteria van toepassing:
Plaatsing:
wanneer het dak over meerdere verdiepingen doorloopt moet het dakkapel op de onderste verdieping worden gerealiseerd (zie figuur 1a).
Maatvoering:
gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m.
Bij een aangepakte dakkapel mag de gezamenlijke hoogte van het kozijn en boei/goot niet hoger zijn 1,75 m (het dak telt dus niet mee)
breedte niet meer dan 50% van het dakvlak met.
de zijkanten meer dan 0,5 meter van de rand van het dakvlak;
bij twee-onder-een-kap-woningen mogen dakkapellen aan elkaar worden gebouwd ter plaatse van de woningscheidende muur;
onderzijde minimaal 0,5 meter boven de dakvoet;
bovenzijde minimaal 0,5 meter onder de daknok.
Vormgeving:
plat dak;
een hellend dak, indien in hetzelfde woonblok al een dakkapel met een hellend dak aanwezig is;
indien er in hetzelfde woonblok dakkapellen aanwezig zijn met zowel een hellend als plat dak zijn beide kapvormen toegestaan;
geen doorzichtige zijkanten;
geen borstweringen aan de voorzijde;
de voorzijde bestaat hoofzakelijk uit glasheldere doorkijkopeningen (ramen).
Materiaal- en kleurgebruik:
kozijnen, ramen en panelen, boeiranden: hout, houtachtige, kunststof, volkernplaat of daarmee te vergelijken materialen;
zijwanden: hout of houtachtige materialen, zink, volkernplaat of daarmee te vergelijken materialen;
dak: dakbedekking hetzelfde als het bestaande dak;
geen contrasterende/felle kleuren.
Dakopbouwen
De gemeente Harderwijk heeft sinds 1999 een dakkapellenbeleid. Bij veel woningen uit de jaren ‘50 en ’60 van de vorige eeuw zijn er veel woningen gerealiseerd van twee bouwlagen met een lage zolder. De zolder kan alleen geschikt worden gemaakt voor verblijfruimte door middel van een dakopbouw/nokverhoging. Voor deze type woningen heeft de gemeente Harderwijk sinds 1999 een beleid. Per woonblok streeft de gemeente ernaar, dat er dezelfde dakverhoging wordt gerealiseerd. Er worden hierbij 3 verschillende typen onderscheiden. De reeds eerst geplaatste dakverhoging (dus niet dakkapel) in een woonblok is de trendsetter voor de rest van dat woonblok. Dit houdt in dat in dat woonblok hetzelfde type dakverhoging geplaatst moet worden, die in ieder geval qua goothoogte, nokhoogte en dakhelling en dakbedekking op elkaar aansluiten. De gevelopeningen kunnen wel van elkaar afwijken. Sinds het dakkapellenbeleid is type E niet meer toegestaan. Als overgangsregel is dit type alleen nog toegestaan op woonblokken, waar al een dergelijke dakopbouw aanwezig is.
3.2.6.Eenzijdige nokverhoging (Type C)
Een eenzijdige nokverhoging is uitbouw van het dak. Aan één zijde van de uitbouw is een raampartij en aan de andere zijde wordt het dak doorgetrokken (zie figuur 3).
Trendsetter
Indien in hetzelfde woonblok al een nokverhoging aanwezig is (die op legale wijze tot stand is gekomen), wordt een nokverhoging die qua plaatsing en vormgeving vergelijkbaar is, geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand.
In andere gevallen zijn de volgende criteria van toepassing:
Plaatsing:
alleen op woningen met een bestaande nokhoogte van 1,9 meter tot 3,0 meter, gemeten tussen de afgewerkte zoldervloer en bovenkant nok (NB. een vlieringvloer is geen zoldervloer);
alleen op woningen waarbij de kap niet over meerdere verdiepingen doorloopt.
Maatvoering:
de breedte is minimaal 2/3 van het dakvlak
de hoogte van de raampartij inclusief kozijnen is niet meer dan 1,75 meter;
onderzijde raampartij minimaal 0,5 meter boven de dakvoet;
Vormgeving:
de dakhelling blijft ongewijzigd;
de raampartij is naar het achtererfgebied gekeerd;
de raampartij bestaat hoofdzakelijk uit glasheldere doorkijkopeningen;
op het voordakvlak is een dakkapel toegestaan.
bij een eind/hoekwoning mag de zijgevel van de woning niet worden doorgezet in de kapverhoging en moet de bestaande boeiboord en overstek gehandhaafd en blijven de zijkanten van kapverhoging of 1 dakpan, of 0,3 meter van de rand van het dakvlak, tenzij er in eenzelfde woonblok al een legale verhoging is waarbij de zijgevel is doorgezet in de kapverhoging.
Materiaal- en kleurgebruik:
kozijnen, ramen en panelen, boeiranden: hout, houtachtige, kunststof, volkernplaat of daarmee te vergelijken materialen;
zijwanden: hout of houtachtige materialen, zink, volkernplaat of daarmee te vergelijken materialen
dak: dakbedekking hetzelfde als het bestaande dak;
geen contrasterende/felle kleuren.
3.2.7.Volledige dakverhoging (type D)
Bij een volledige dakverhoging wordt er een compleet nieuwe kap aangebracht, waarbij de dakhelling wijzigt en de nok hoger komt te liggen.
Trendsetter
Indien in hetzelfde woonblok al een dakverhoging aanwezig is (die op legale wijze tot stand is gekomen), wordt een dakverhoging die qua plaatsing en vormgeving vergelijkbaar is , geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand
In andere gevallen zijn de volgende criteria van toepassing:
Plaatsing:
niet op een blok van woningen waar reeds een eenzijdige of tweezijdige nokverhoging is gerealiseerd;
alleen op woningen met een bestaande nokhoogte van minder dan 1,9 meter, gemeten tussen de afgewerkte zoldervloer en bovenkant nok (NB. een vlieringvloer is geen zoldervloer);
alleen op woningen waarvan de kap niet over meerdere verdiepingen doorloopt.
Maatvoering:
de breedte beslaat de volle breedte van het dakvlak;
de bestaande goothoogte wijzigt niet;
de bestaande nokrichting wijzigt niet.
Vormgeving
zadeldak;
op het voor- en achterdakvlak zijn dakkapellen toegestaan, overeenkomstig de paragrafen 3.2.4 en 3.2.5;
indien in hetzelfde woonblok al een dakverhoging is gerealiseerd dan moeten de nokhoogte en dakhelling daarbij aansluiten.
Materiaal- en kleurgebruik:
kozijnen, ramen en panelen: hout, metaal, kunststof, of daarmee te vergelijken materialen;
zijwanden/muren: metselwerk als de zijgevel van de Woning(bij een tussenwoning wordt de zijgevel van de eindwoningen van het blok bedoeld);
dak: dakbedekking hetzelfde als het bestaande dak;
geen contrasterende/felle kleuren.
3.2.8 Tweezijdige dakverhoging (Type E)
Bij een tweezijdige dakverhoging wordt het dak gedeeltelijk aan beide zijden verhoogd, waarbij dakhelling doorgaans hetzelfde blijft en aan beide zijden een raampartij is.(Zie voorbeeld).
Dit type dakverhoging is alleen toegestaan op een woonblok, indien er op dat woonblok al een legale tweezijdige dakverhoging aanwezig is. Deze is dan ook de trendsetter voor de rest van dat woonblok. Dit houdt in dat de goothoogte, nokhoogte en dakhelling en dakbedekking op elkaar aansluiten. De gevelopeningen kunnen wel van elkaar afwijken.
Bij een eind/hoekwoning mag de zijgevel van de woning niet worden doorgezet in de kapverhoging en moet de bestaande boeiboord en overstek gehandhaafd en blijven de zijkanten van kapverhoging of 1 dakpan, of 0,3 meter van de rand van het dakvlak tenzij er in eenzelfde woonblok al een legale verhoging is waarbij de zijgevel is doorgezet in de kapverhoging
Voorbeeld tweezijdige dakverhoging
3.2.9.Erfafscheiding op het voorerfgebied
Een erfafscheiding op het voorerfgebied wordt geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand, als voldaan wordt aan onderstaande eisen:
Plaatsing:
uitsluitend op het zijerf, achter het verlengde van de voorgevel;
Maatvoering
niet hoger dan 2 meter.
Vormgeving
Planken, matten of gaas- en spijlwerk tussen houten, metselwerk, betonnen of stalen penanten of palen en daarmee te vergelijken vormgeving, eventueel op een gemetselde muur van maximaal 1,0 m hoogte.
Materiaal- en kleurgebruik:
hout , houtachtige, metselwerk, rietmatten, bamboe, hedera-schermen, gaas, metalen spijlen, of daarmee te vergelijken materialen;
geen metalen damwandprofielen;
geen (golf)platen van beton, vezelcement, kunststof en metaal;
geen felle/contrasterende kleuren.
3.2.10 Criteria voor reclames in wijkwinkelcentra
Van toepassing bij
niet zijnde periodiek oplichtende of bewegende reclame
Gevelreclames
alleen op gebouwen met een commerciële en/of openbare functie;
geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht;
zoveel mogelijk integreren in de architectuur en in maat, schaal en detaillering op de pui;
periodiek oplichtende, bewegende of knipperende reclame is niet toegestaan;
geen reclame op daken;
reclame onder de raamdorpel van de bovenverdieping;
reclame haaks op de gevel niet hoger dan de architectonische scheiding tussen onder en bovenverdieping aanbrengen;
reclame vlak op de gevel mag niet breder zijn dan 1/3 (een derde) van deze gevelbreedte tot maximaal 4,0 m;
de dikte van een reclame haaks op de gevel mag maximaal 20 centimeter bedragen.
Reclamedragers en vlaggenmasten
maximaal één reclame-uiting (zuil) per inrit/uitrit van het parkeerterrein winkelcentrum;
maximaal 3 vlaggenmasten op het parkeerterrein per winkelcentrum;
geen reclame voor diensten of producten die niet in het betreffende winkelcentrum plaatsvinden respectievelijk worden verkocht.
3.3.11. Reclames in de binnenstad
niet periodiek oplichtende of bewegend.
Criteria:
Algemeen
gevelreclames beperken tot gebouwen met een commerciële en/of openbare functie;
reclame dienen een bescheiden en ondergeschikte rol te spelen in het straatbeeld;
reclame zoveel mogelijk integreren in de architectuur en afstemmen op het gevelbeeld;
de reclame dient te worden aangebracht aan de voorgevel;
bij hoekpanden mag de reclame ook worden aangebracht aan de zijgevel;
bij voorkeur ontwerpen in losse belettering, afgestemd in maat, schaal en detaillering op de pui;
geen semi- permanente reclame uitingen zoals vlaggen, banieren en wimpels;
reclame aangebracht aan de binnenzijde van etalage en deuren wordt eveneens als reclame aangemerkt; reclame op vensters en deuren mag per raam/venster maximaal 1/3 van het glasoppervlak bedragen;
Aantal
per bedrijf of instelling mogen maximaal 2 reclame-uitingen worden aangebracht, waarvan bij voorkeur maximaal 1 vlak en maximaal 1 loodrecht op de gevel;
als de gevelbreedte meer dan 9,0 meter bedraagt, dan zijn meerdere reclame-uitingen toegestaan, mits goed afgestemd op de architectuur van het gevelbeeld en in zijn totaliteit niet meer dan vier reclame-uitingen.
Plaats
geen reclame op daken of dakgoten;
geen reclame doorlopend over meerdere panden;
reclame onder de raamdorpel van de bovenverdieping;
reclame haaks op de gevel niet hoger dan de architectonische scheiding tussen onder en bovenverdieping aanbrengen;
de reclame-uitingen mogen het gevelvlak niet over de gehele perceelbreedte in een onder- en bovenhelft verdelen.
Afmetingen
reclames haaks op de gevel mogen maximaal 1,0 meter uit de gevel steken;
reclames op zonweringen en markiezen mogen uitsluitend bestaan uit een eenvoudige en bescheiden naamsaanduiding;
- reclame vlak op de gevel mag niet breder zijn dan 1/3 (een derde) van deze gevelbreedte tot - maximaal 4,0 m.;
de dikte van een reclame haaks op de gevel mag maximaal 20 centimeter bedragen.
Criteria voor tijdelijke reclame
de tijdelijke reclame moet betrekking hebben op de dienst die wordt verleend of het bedrijf of het beroep dat wordt uitgeoefend in of op de onroerende zaak;
maximaal 1 tijdelijke reclame-uiting per gevel;
het gebruik van fluorescerende kleuren of spiegelende materialen is niet toegestaan;
de reclame-uiting dient onder de raamdorpel van de bovenverdieping te blijven.
3.2.12 Airco-units
Een airco-unit is de unit van een airconditionerinstallatie.
Van toepassingen bij
units geplaats aan of op een bestaande gebouw
Een airco-unit wordt geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand als voldaan wordt aan onderstaande eisen:
Plaatsing:
niet aan of tegen een voor- of zijgevel die gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied tenzij de zijgevel is gekeerd naar een doodlopende straat/ steeg en de unit minimaal 1 meter uit de voorgevel wordt geplaatst;
niet op het hellende daken;
niet op daken van dakkapellen in het voordakvlak.
Artikel 3.2.
Toetsingscriteria voor veel voorkomende bouwwerken.
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Harderwijk houdende regels omtrent de welstandsnota gemeente Harderwijk 2017