Uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, rapporteert het bestuur over het totaal van de in artikel 9 vermelde kwartaalgegevens. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het aantal ingeschreven uren op de gecertificeerde voorschoolse voorziening aan de hand van het afgesproken uurtarief en onderverdeling naar categorieën van artikel 6 van deze Verordening waarbij de volgende zaken in acht genomen dienen te worden:
Indien de feitelijke deelname van een peuter 4 weken aaneengesloten afwijkt van de ingeschreven uren en/of indien blijkt dat de feitelijke deelname structureel afwijkt van de ingeschreven uren, past de gecertificeerde voorschoolse voorziening de ingeschreven uren aan naar de feitelijke deelname;
Indien op jaarbasis het totaal aantal ingeschreven uren 10% of meer afwijkt van het totaal aantal uren feitelijke deelname, levert de gecertificeerde voorschoolse voorziening de onderstaande gegevens aan:
De reden van de afwijking tussen ingeschreven uren en feitelijke deelname;
De acties die de gecertificeerde voorschoolse voorziening heeft ondernomen om de ingeschreven uren te laten overeenkomen met de feitelijke deelname conform de bepalingen in lid 1 sub a van dit artikel.
De afrekening van de subsidie op grond van lid b van dit artikel vindt plaats naar oordeel van het College waarbij in beginsel wordt afgerekend op feitelijke deelname. In alle gevallen vindt overleg plaats met de gecertificeerde voorschoolse voorziening.
De financiële verantwoording sluit aan bij de rapportage per peuter door ofwel een accountantsverklaring, ofwel door een met bedragen per peuter op basis van het bepaalde in het eerste lid en sub a en b en c van dit artikel.
Ten behoeve van het wel of niet indienen van een accountantsverklaring dienen alle subsidies die in het kader van VVE aan een bestuur worden verstrekt bij elkaar opgeteld te worden. Het gaat dan in ieder geval over de kindgebonden subsidie en de subsidie voorschoolse educatie. Indien bij vaststelling blijkt dat het totaal van deze subsidies boven de € 50.000,00 komt is een accountantsverklaring verplicht. In de accountantsverklaring is met betrekking tot de kindgebonden subsidie minimaal opgenomen:
Het ontvangen voorschot subsidiebedrag;
Het bedrag waarop men recht heeft op grond van de Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht 2020 e.v.;
De parameters die bij de controle zijn gebruikt, waarbij minimaal (al dan niet steekproefsgewijs) is gecontroleerd op:
Ingeschreven uren en feitelijke deelname per peuter, rekening houdend met het aantal schoolweken;
De ingeschreven uren moeten overeenkomen met het plaatsingscontract en/of een bijlage bij het plaatsingscontract dat is ondertekend door ouder(s)
Of ouders in aanmerking komen voor een toeslag kinderopvang van de belastingdienst;
De inkomensafhankelijke bijdrage van ouders;
Of er sprake is van een indicatie VVE.
De monitoringsgegevens conform artikel 9 van deze Verordening.
Voor de vaststelling van de subsidie over het kalenderjaar 2020 geldt een uitzondering. De genoemde bepalingen in het eerste lid van dit artikel die afwijken van de bepalingen in de Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie gemeente Maastricht zijn van toepassing op de verantwoording van de uren vanaf 1 augustus 2020;
Indien het College een controleprotocol heeft vastgesteld en dit is meegezonden met de verleningsbeschikking dient het bestuur ervoor zorg te dragen dat dit controleprotocol wordt nageleefd.
Het College is bevoegd de wijze waarop de subsidie wordt vastgesteld aan te passen.
Artikel 13
Aanvraag tot vaststelling subsidie
Onderdeel van Verordening Kindgebonden Subsidie Voorschoolse Educatie Gemeente Maastricht 2020 e.v.