1. Deelnemers die op dat moment het woord niet hebben, zetten de microfoon uit. De voorzitter kan, ten behoeve van de orde van de vergadering, de microfoon van deelnemers uitschakelen.

2. Indien een deelnemer aan een raadsvergadering het woord wenst voor een interruptie of een verduidelijkende vraag, maakt hij dat kenbaar via de chatfunctie bij de digitale vergadertoepassing. Hij spreekt pas nadat de voorzitter hem het woord geeft.

3. De chat-functie bij de betreffende digitale vergadering wordt door deelnemers niet gebruikt voor het voeren van parallelle gesprekken over het onderwerp van de vergadering, alleen voor zaken die de orde of techniek van de vergadering betreffen.