Naar hoofdinhoud
Bij het aantreffen van stoffen aanwezig op lijst I in een inrichting of lokaal worden de volgende beleidsuitgangspunten gehanteerd: Bij het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs wordt gekeken of er sprake is van indicaties dat er vanuit een publiek toegankelijke inrichting of het lokaal in drugs wordt gehandeld. Dat er een indicatie is dat er sprake is van drugshandel blijkt uit één of meer van de volgende feiten en omstandigheden: wijze van verpakking van de drugs; aantreffen van attributen: weegschalen, verpakkingsmaterialen, versnijdingsmiddelen of andere feiten en omstandigheden; aantreffen van handelsgeld; aanwezigheid van vuurwapens en/of munitie; aantreffen van een administratie ten behoeve van de drugshandel; betrokkenen hebben antecedenten met betrekking tot de Opiumwet; er is loop naar het pand van dealers en/of gebruikers; de omstandigheid dat de inrichting als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers fungeert; dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden, getuigen; overlast (door drugshandel) vanuit de inrichting; aanwezigheid van (zeer) grote handelshoeveelheid drugs; overige feiten en omstandigheden van het geval. Er sprake is van een handelshoeveelheid als er meer dan 0,5 gram, 5 pillen of 5 ml (GHB) wordt aangetroffen. Bij het aantreffen van een handelshoeveelheid volgt in beginsel een sluiting, mits er sprake is van één of meer van de hiervoor genoemde handelsindicaties. Voorts kan het enkel aantreffen van een handelshoeveelheid in een inrichting leiden tot een sluiting, indien er sprake is van een slechte of gebrekkige bedrijfsvoering. Van een sluiting kan worden afgezien indien sprake is van bijzondere omstandigheden. In het geval een inrichting niet wordt gesloten wordt er een bestuurlijke waarschuwing gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel