Ook in het geval van het aantreffen van softdrugs in een publiek toegankelijk inrichting of lokaal wordt allereerst gekeken naar de aanwezigheid van één of meer handelsindicaties. De indicaties van drugshandel bij het aantreffen van softdrugs komen (voor een groot deel) overeen met de handelsindicatie bij het aantreffen van harddrugs. Bij het aantreffen van een hennepplantage wordt gekeken naar het bedrijfsmatige karakter van de hennepplantage. Dit blijkt uit de volgende feiten en omstandigheden:
de stroom op illegale wijze werd afgetapt;
indicaties dat er eerder een oogst is geweest;
aanwezigheid van een irrigatiesysteem. Er wordt gebruik gemaakt van randapparatuur voor het in stand houden van de planten (assimilatielampen, kweektenten of andere feiten en omstandigheden.).
Indien er sprake is van meer dan 30 gram softdrugs of meer dan 5 hennepplanten volgt in beginsel een sluiting, mits er sprake is van één of meer van de hiervoor genoemde indicaties. Voorts kan ook het enkel aantreffen van een handelshoeveelheid in een inrichting leiden tot een sluiting, indien er sprake is van een slechte of gebrekkige bedrijfsvoering. Van een sluiting kan worden afgezien indien sprake is van bijzondere omstandigheden. In het geval een inrichting niet wordt gesloten wordt er wel altijd een bestuurlijke waarschuwing gegeven.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.2