Subsidie wordt slechts verstrekt indien:

  • - de nieuw aan te leggen landschapselementen, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, niet zijnde struweelhagen en heggen, aan de volgende criteria voldoen:
    • - aan te leggen houtopstanden omvatten tenminste 10 are;
    • - de aan te leggen rijbeplanting omvat tenminste 10 bomen;
    • - de aan te leggen hoogstamboomgaarden omvatten tenminste 15 en ten hoogste 50 bomen.
  • - het achterstallig onderhoud, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, gedurende vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag niet is gesubsidieerd en aan de volgende landschapselementen plaatsvindt:
    • - poelen alsmede wielen en kolken;
    • - struweelhagen;
    • - lanen van ten minste 50 jaar oud;
    • - houtwallen in combinatie met het herstel van wallichamen, greppels, en het handhaven van enkele staande dode bomen;
    • - hoogstambomen met een diameter van tenminste 20 centimeter op een hoogte van 1,50 meter van de grond en onderdeel zijn van een boomgaard van tenminste tien fruitbomen;
    • - knotbomen met een diameter van tenminste 20 centimeter op een hoogte van 1,50 meter van de grond en geplaatst in een rij van tenminste 10 bomen;
    • - steilranden.
  • - de aanvrager maatregelen ter verbetering of realisering van een gebied, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, onderbouwt met een projectplan;
  • - het uitvoeren van de maatregelen ter verbetering of realisatie van een leefgebied, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is gericht op een niet-prioritaire inheemse diersoort
  • - aan te leggen poelen, zijnde een maatregel ter verbetering of realisatie van een gebied, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, mits deze:
    • - een minimale omvang hebben van 3 are en gelegen zijn op een locatie met grondwatertrap 3 of natter;
    • - gelegen zijn in gebieden waar de boomkikker, heikikker of kamsalamander voorkomt;
  • - gras- en akkerranden, zijnde een maatregel ter verbetering of realisatie van een gebied, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, minimaal vier meter breed zijn.
  • - de aanleg van openbaar toegankelijke onverharde paden, als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, aan de volgende voorwaarden voldoet:
    • - het initiatief voor de aanleg van de paden afkomstig is vanuit de samenleving;
    • - de aanleg van de paden de beleving van het landschap en de verdiencapaciteit van recreatie en toerisme vergroot;
    • - de paden worden opgenomen in een wandelnetwerk.
  • - de in artikel 2, onderdeel f bedoelde loopbruggetjes worden aangelegd in openbaar toegankelijke routes ter vervanging van oorspronkelijk aanwezige bruggen;
  • - de investeringen als bedoeld in artikel 2, onder d en e en f van belang zijn voor de identiteit van het landschap en voor zover het wielen en kolken betreft, deze zijn aangewezen als identiteitsbepalend element in het gemeentelijk landschapsbeleid;
  • - de kosten voor subsidiabele activiteiten voldoen aan de normen uit het Normenboek Natuur, Bos en Landschap, uitgegeven door Wageningen University & Research, mits hierin voor de betreffende subsidiabele activiteit een norm is opgenomen.