1.. De subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 500,-- en een maximum van € 7.500,-- aan subsidiabele kosten per subsidieaanvraag.

2.. De subsidie voor achterstallig onderhoud als bedoeld in artikel 2, onderdeel a bedraagt ten hoogste 60% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 500,-- en een maximum van € 7.500,-- aan subsidiabele kosten per subsidieaanvraag.

3.. De subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel h en i, bedraagt ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten.

4.. Planvorming in combinatie met uitvoering van de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is subsidiabel tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500.

5.. Voor particuliere aanvragers is projectleiding en coördinatie subsidiabel tot een maximum van 15% van de subsidiabele kosten.

6.. De normbedragen voor achterstallig onderhoud als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen per eenheid:

  • - voor poelen, wielen en kolken: € 3,00 per m2;
  • - voor struweelhagen: € 11,00 per meter;
  • - voor lanen: € 30,00 per boom;
  • - voor houtwallen: € 1,53 per m2;
  • - voor hoogstamfruitbomen: € 51,15 per boom;
  • - voor knotbomen: € 34,11 per boom:
  • - voor steilranden: € 0,39 per m2.

7.. In afwijking van het eerste tot met zesde lid, bedraagt de subsidie voor investeringen in kleinschalige elementen als bedoeld in artikel 2 onderdeel f ten hoogste 25% van de investering met een maximum van € 5.000 per element.