De verplichting voor het college om een onderzoek in te stellen naar de juistheid en volledigheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens (art. 35 lid 4 Bbz) is komen te vervallen en omgezet naar een bevoegdheid. Deze bevoegdheid blijkt nu uit de onderzoeksbevoegdheid op grond van artikel 53a lid 6 van de Pw. De wetgever beoogt hierbij, nu het risico voor de uitvoering van het Bbz grotendeels bij de gemeente komt te liggen, dat gemeenten zelf kunnen beoordelen of en hoe zij onderzoek instellen naar de juistheid en volledigheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens.
Bij een aanvraag zullen wij het onderzoek naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens handhaven om de risico’s te minimaliseren. Alle gegevens die noodzakelijk zijn om te kunnen beoordelen of een bedrijf levensvatbaar is, moeten worden verstrekt. Indien deze niet worden verstrekt kan het recht op een Bbz-uitkering of bedrijfskrediet niet worden vastgesteld.
Beleidsvoorstel
Voorstel 1
Handhaven van onderzoek naar de juistheid en volledigheid van de door de aanvrager verstrekte gegevens vanaf 1 januari 2020 op grond van artikel 53a lid 6 van de Participatiewet.
Artikel 4