Naar hoofdinhoud
Met de wetswijzigingen zijn de verplichte heronderzoeken bij startende zelfstandigen een bevoegdheid geworden (artikel 23 lid 3 Bbz). Met deze bevoegdheid blijven wij de heronderzoeken zoals deze tot 1 januari 2020 vastgesteld waren voor wat betreft de startende zelfstandigen handhaven. Dit betekent dat bij een startende zelfstandige ondernemer de klantmanager Bbz 6 maanden na aanvang van de bijstandsverlening en daarna na een periode van respectievelijk 6 en 12 maanden de levensvatbaarheid van de startende zelfstandige ondernemer beoordeelt. Daarnaast wordt de regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Bbz 2004 ingetrokken. Hierin stonden onderzoeksverplichtingen en de frequenties daarvan vastgelegd. De huidige gang van zaken willen wij handhaven. Jaarlijks vinden er door de klantmanager Bbz onderzoeken plaats ter vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand voor levensonderhoud na afloop van een boekjaar door de klantmanager Bbz. Tijdens dit onderzoek heeft de klantmanager Bbz contact met de ondernemer en beoordeelt of de dienstverlening mogelijk aangepast dient te worden. Daarnaast voert de afdeling debiteuren jaarlijks onderzoek uit naar de stand van zaken van het innen en zo nodig vorderen van rente- en aflossingsbetalingen. Voorgesteld wordt om naast de hierboven genoemde onderzoeken alleen een heronderzoek in te stellen wanneer daar aanleiding voor bestaat. Bijvoorbeeld wanneer een zelfstandige zijn/haar aflossings- en/of renteverplichtingen niet nakomt. Beleidsvoorstellen Voorstel 7 Handhaven van het beoordelen van de levensvatbaarheid van de startende zelfstandig ondernemer door de klantmanager Bbz, 6 maanden na aanvang van de bijstandsverlening en daarna na een periode van respectievelijk 6 en 12 maanden. Voorstel 8 Naast de jaarlijkse onderzoeken van de afdeling debiteuren dan wel de klantmanager Bbz voeren wij heronderzoeken uit wanneer daarvoor aanleiding bestaat. Bijvoorbeeld wanneer een zelfstandige zijn/haar aflossings- en/of renteverplichtingen niet nakomt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel