Per 1 januari 2020 zijn gemeenten financieel volledig verantwoordelijk voor de terugvordering van de verstrekte Bbz-leningen, daarom is de terugvorderingsverplichting voor het college omgezet in een terugvorderingsbevoegdheid (m.u.v. de verplichting tot het terugvorderen van fraudevorderingen).
Zodoende is artikel 44 Bbz (verplichte terugvordering) vervallen. De terugvorderingsplicht wordt een bevoegdheid op grond van paragraaf 6.4 van de Participatiewet. Voor het terugvorderen van de Bbz zullen wij vanaf 1-1-2020 overeenkomstig het debiteurenbeleidsplan werken. Dit betekent dat er een actief terugvorderingsbeleid wordt gevolgd en dat waar mogelijk de te veel verstrekte leenbijstand voor levensonderhoud en de verstrekte bedrijfskrediet altijd worden teruggevorderd, tenzij er gegronde redenen zijn om hiervan af te wijken.
Wel blijft het mogelijk voor de zelfstandige om een verzoek tot uitstel van betaling in te dienen wanneer de zelfstandige geheel of gedeeltelijk niet in staat is de rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen. En kan worden besloten om uitstel te verlenen van de aflossing en renteverplichtingen voor een periode van maximaal 3 jaar (artikel 41 Bbz). Pas nadat er een gedegen onderzoek heeft plaatsgevonden, waarbij onderzocht wordt of er eventueel begeleiding nodig is om het bedrijfsresultaat te verhogen, zodat wel kan worden voldaan aan de rente- en aflossingsverplichtingen, wordt er besloten op het verzoek om uitstel.
Daarnaast blijft in artikel 43 Bbz geregeld dat een resterend deel van de lening na beëindiging van het bedrijf, gedurende een periode van 5 jaar wordt terugbetaald. 50% van het netto inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm dient ter aflossing van deze lening te worden besteed.
Beleidsvoorstellen
Voorstel 9
RSD de Liemers voert een actief terugvorderingsbeleid.
Voorstel 10
Voor zover het Bbz daarin niet voorziet, wordt overeenkomstig het bepaalde in het “debiteurenbeleidsplan terugvorderen” gewerkt.
Artikel 8