Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11.

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Maatregelverordening Ioaw/Ioaz

Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op: tien procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie twintig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie; dertig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde ca- tegorie In afwijking van het eerste lid, onder c, legt het college, indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de Ioaw en de belemmerende gedragingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a, dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, voor onbepaalde duur een maatregel op ter hoogte van het door eigen toedoen niet verkregen netto inkomen uit deze arbeid. Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het tweede lid binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel