Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 10

Artikel 10.3

Begroting

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING Veiligheidsregio Zuid-Limburg

1. . Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks de ontwerpbegroting van het openbaar lichaam op met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Bij de inrichting van de begroting en de meerjarenraming wordt inzichtelijk gemaakt welke kosten verband houden met de taken benoemd in artikel 3.3 van de regeling en hoe de verdeling van die kosten over de gemeenten zal zijn. 2. . Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de colleges en raden van de gemeenten. 3. . De ontwerpbegroting wordt door de colleges van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, ook algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. . De raden van de deelnemende gemeenten kunnen voor 1 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. 5. . Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 6. . Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten. 7. . Het bepaalde in het tweede, vierde en zesde lid van dit artikel is, met uitzondering van de in de leden 4 en 6 genoemde termijnen, van overeenkomstige toepassing op begrotingswijzigingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel