** 1. .** Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de conceptjaarrekening jaarlijks vóór 15 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
** 2. .** In de jaarrekening wordt – overeenkomstig de in de desbetreffende begroting opgenomen verdeelsleutel – het door elk van de onderscheidenlijke rechtspersonen over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.
** 3. .** De conceptjaarrekening en het jaarverslag worden door de gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 197, tweede en derde lid Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
** 4. .** De raden van de gemeenten kunnen vóór 1 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de conceptjaarrekening en het jaarverslag naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de stukken, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden. De jaarrekening wordt vervolgens door het algemeen bestuur vastgesteld.
** 5. .** Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden van de gemeenten.
** 6. .** Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.
HOOFDSTUK 10
Artikel 10.4
Jaarstukken
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING Veiligheidsregio Zuid-Limburg