Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt op aanvraag van de ouder(s)/verzorger(s) vast of hij of zijn partner een persoon is zoals bedoeld in artikel 2 van deze regeling. 2.. Voor het vaststellen van de noodzaak, de hoeveelheid gevraagde uren en de duur van kinderopvang als gevolg van sociale of medische noodzakelijkheid, kan het college een onafhankelijke instantie inschakelen. 3.. Als kinderopvang voor langer dan 12 maanden wordt verleend, vindt er na maximaal 12 maanden een herbeoordeling plaats van de noodzaak van kinderopvang. De herbeoordeling kan leiden tot herziening van de verlening. 4.. De noodzaak wordt in ieder geval niet aanwezig geacht vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het kind de tienjarige leeftijd bereikt.

Rechtspraak bij dit artikel