Naar hoofdinhoud
1.. Binnen vier weken na vaststelling van het programma nodigt het college de aanvrager uit voor overleg over de wijze van uitvoering van de op het programma geplaatste voorziening. In het overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt over: het bouwheerschap als bedoeld in de wet; de planning, en voor zover nodig de wijze van indiening en de eisen te stellen aan het bouwplan en de begroting door de aanvrager; een andere wijze van uitvoering van het besluit; de wijze waarop door het college toepassing wordt gegeven aan de toetsing in verband met nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 2.8, vierde lid; de controle op en het afleggen van tussentijdse- en eindverantwoording over de besteding van de beschikbaar te stellen middelen en de realisatie van de goedgekeurde voorziening. 2.. Uitvoering van een op het programma geplaatste voorziening vindt plaats met inachtneming van de bepalingen van de inkoop- en aanbestedingsrichtlijnen van de gemeente Amsterdam. 3.. De gemaakte afspraken worden door het college schriftelijk vastgelegd en ter kennis gebracht van de aanvrager. 4.. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, deelt het college bij besluit de aanvrager mee dat hij niet kan instemmen met de door de aanvrager gewenste wijze van uitvoering. Het college kan besluiten dat de voorziening alsnog geheel of gedeeltelijk niet voor bekostiging in aanmerking komt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel