Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 9

Algemene voorwaarden

Onderdeel van Financieel Besluit maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2011

Verstrekking van een individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. Het PGB moet aangewend worden voor het doel waarvoor het budget is toegekend. Een PGB in verband met een vervoerskostenvergoeding, zoals genoemd in artikel 10 lid 8 sub a tot en met f wordt alleen toegekend wanneer het inkomen niet hoger is dan 1,5 maal het norminkomen. Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: de verstrekking niet langdurig adequaat is; redelijkerwijs verondersteld kan worden dat de hulp bij het huishouden maximaal 3 maanden wordt ingezet; er tijdens het onderzoek, naar aanleiding van de aanvraag, twijfels ontstaan of de aanvrager in staat is om: de verantwoordelijkheid tot besteding van een persoonsgebonden budget aan de voorziening waarvoor deze wordt toegekend aan te kunnen en zorg te dragen dat de voorziening gedurende de looptijd van het PGB in goede staat in gebruik kan blijven; te kunnen voldoen aan de regels ter verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget; de aanvrager, bij een eerder toegekend persoonsgebonden budget, het budget niet besteed heeft of niet besteed heeft aan de voorziening waarvoor dit budget was toegekend of zich niet heeft gehouden aan de regels ter verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel