Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 7

Ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB

Lid 1 Het opleggen van een maatregel vindt plaats door het verlagen van de uitkering. Verlaging van de uitkering kan in beginsel op twee manieren: met terugwerkende kracht, door middel van een herziening van de uitkering;of door middel van verlaging van het uitkeringsbedrag in de eerstvolgende maand(en). Het verlagen van de uitkering die in de nabije toekomst wordt verstrekt, is de gemakkelijkste methode. In dat geval hoeft niet over gegaan te worden tot herziening van de bijstand en tot terugvordering van het te veel betaalde bedrag aan bijstand. Om te voorkomen dat belanghebbenden wiens uitkering (net) is beëindigd ondanks hun verwijtbare gedrag geen maatregel opgelegd krijgen is in lid 4 van dit artikel wel de mogelijkheid opgenomen om de maatregel met terugwerkende kracht op te leggen. Lid 2 Wanneer een uitkeringsbedrag nog niet (volledig) aan de bijstandsgerechtigde is uitbetaald, kan het praktisch zijn om de verlaging van de uitkering te verrekenen met het bedrag dat nog moet worden uitbetaald. In dat geval moet de bijstand wel worden herzien en teruggevorderd. Lid 3 Dit lid regelt dat een maatregel voor bepaalde tijd wordt opgelegd. Door een maatregel voor een bepaalde periode op te leggen, weet de uitkeringsgerechtigde die met een maatregel wordt geconfronteerd waar hij aan toe is. Het college kan na afloop van de periode waarvoor de maatregel is getroffen opnieuw een maatregel opleggen. Hiervoor is dan wel weer een apart besluit voor nodig. Wordt een maatregel voor een langere duur dan drie maanden opgelegd, dan zal het college de maatregel aan een herbeoordeling moeten onderwerpen. Dit is geregeld in artikel 18, derde lid WWB. De gemeente mag zelf bepalen wanneer de herbeoordeling plaatsvindt, als dat maar gebeurt binnen drie maanden nadat het besluit is genomen. Bij zo´n herbeoordeling hoeft niet opnieuw een besluit te worden genomen, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden opnieuw tegen het licht worden gehouden. Een marginale beoordeling volstaat: het college moet beoordelen of het redelijk is dat de opgelegde maatregel wordt gecontinueerd. Daarbij kan worden gekeken naar de omstandigheden waarin betrokkene verkeert, maar bijvoorbeeld ook of de betreffende persoon nu wel aan zijn verplichtingen voldoet. Lid 4 Indien de uitkering van betrokkene reeds is beëindigd en er toch verwijtbaar gedrag wordt geconstateerd biedt dit lid de mogelijkheid om alsnog een maatregel op te leggen. De uitkering wordt in dat geval herzien en het teveel betaalde bedrag aan bijstand wordt teruggevorderd. Dit ligt vooral voor de hand indien er sprake is van het niet nakomen van de inlichtingenplicht en het teveel betaalde bedrag aan bijstand van de uitkeringsgerechtigde moet worden teruggevorderd. In dat geval wordt al een uitkeringsbedrag teruggevorderd en niet alleen vanwege het feit dat met terugwerkende kracht een maatregel wordt opgelegd. Het opleggen van een maatregel met terugwerkende kracht is geregeld in artikel 12 lid 4 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel