Dit wordt ingezet wanneer sprake is van problematiek bij zowel de jeugdige(n) als bij de ouder(s)/opvoeder(s).
Gezinsbegeleiding is bedoeld voor gezinnen waar
zowel de jeugdige (het kind) als een of beide ouder(s)/opvoeder(s) beperkt zijn in de zelfredzaamheid door een lichamelijke, zintuiglijke, cognitieve, verstandelijke beperking of een psychiatrische of psychosociaal probleem of een combinatie daarvan en/of
de jeugdige problemen ervaart in de ontwikkeling als gevolg van een beperking van de ouder(s)/opvoeder(s). Ouder(s) zijn in staat om met de inzet van gezinsbegeleiding de jeugdige een veilig opvoedklimaat te bieden.
De jeugdige en zijn/haar ouder(s)/opvoeder(s) worden zodanig motiverend, adviserend en instruerend ondersteund, dat zij in staat zijn zo zelfredzaam mogelijk de algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren, een gestructureerd huishouden te voeren, sociale relaties aan te gaan en te onderhouden en maatschappelijk te participeren. De begeleiding draagt bij aan het vergroten van de draagkracht van het gezin, het verbeteren van de ouder-kind relatie en aan het oplossen van opvoedproblemen, zodat de jeugdige opgroeit in een veilige omgeving.
De ondersteuning bestaat uit intensieve hulp in de thuissituatie die zowel aan ouders als aan de jeugdige(n) wordt geboden. Ouder(s)/opvoeder(s) worden ondersteund bij het bieden van een veilig opvoedklimaat voor de jeugdige. Gezinsbegeleiding kan uitsluitend via de gemeentelijke toegang worden ingezet.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.1