Als er sprake is van bijstand in de vorm van een geldlening conform artikel 48 en 51 Participatiewet vindt aflossing plaats gedurende 36 termijnen.
Als er aan 36 termijnen aflossing correct is voldaan en er resteert nog een openstaand bedrag aan leenbijstand, dan hoeft dit niet terugbetaald te worden. Restantbedrag wordt dan afgeboekt als verstrekking “om niet”.
De aflossingsverplichting wordt vastgesteld op 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm rekening houdend met een beslagvrije voet van 95%.
Als de debiteur een inkomen boven bijstandsniveau heeft, wordt de aflossingsverplichting uit het vorige lid vermeerderd met 50% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm.
Artikel 10