Naar hoofdinhoud
Een vergunning kan worden verleend indien de aanvraag ontvankelijk is, er geen weigeringsgronden zijn en de beleidsregels in acht zijn genomen. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Hierbij kan worden gedacht aan de volgende voorschriften. het vervallen van de standplaats indien gedurende een bepaalde periode geen standplaats is ingenomen; grootte van de standplaats; tijden van opbouw en ontruiming van de standplaats; eisen met betrekking tot de (brand)veiligheid; opruimen van rommel en schoon achterlaten van de locatie. Een standplaatsvergunning is een persoonsgebonden vergunning (artikel 1:5 Apv). Dit betekent dat de standplaats persoonlijk moet worden ingenomen. De vergunninghouder mag zich overigens wel op de standplaats doen bijstaan. Indien de vergunninghouder niet langer zelf gebruik wenst te maken van de vergunning of hij is overleden of onder curatele is gesteld, kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind. De vergunning kan alleen gedurende de looptijd van de vergunning worden overgeschreven. De overschrijving heeft geen invloed op de lopende vergunningsduur. Indien deze weg niet kan worden gevolgd, kan de vergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator worden overgeschreven op een medewerker van de vergunninghouder die ten minste 3 jaren in dienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder en/of de mede-eigenaar is van diens bedrijf. In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend. De vergunning wordt dan overgeschreven op de nieuwe vergunninghouder voor de resterende duur van de vergunning die overgeschreven wordt. Als de vergunning bijvoorbeeld na 6 jaar wordt overgeschreven, wordt de vergunning aan de nieuwe vergunninghouder (de personen zoals hierboven vermeld) verleend voor de resterende 12 jaar. Voor vergunningen die voor onbepaalde tijd zijn afgegeven, geldt dat de nieuwe vergunning dan voor 18 jaar wordt verleend. In andere dan de genoemde situaties wordt de vergunning niet overgeschreven en komt de standplaats vrij. Voor de procedure voor een vrijgekomen standplaats, zie 4.8.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel