De volgende typen standplaatsen worden onderscheiden:
Vaste standplaatsen:
Dit zijn standplaatsen die met een bepaalde regelmaat (bijvoorbeeld wekelijks) het hele jaar door worden ingenomen. Voorbeelden hiervan zijn de viskraam of de kaasboer.
Incidentele standplaatsen:
Dit zijn standplaatsen die slechts een enkele keer gedurende het jaar worden ingenomen of gedurende een korte periode van maximaal 1 maand. Voorbeelden hiervan zijn de verkoop van kerstbomen in de openbare ruimte, promotiestandplaatsen of ideële standplaatsen op het gebied van sociaal-cultureel en/of maatschappelijke activiteiten of volksgezondheid met een niet commercieel karakter
Seizoen standplaatsen:
Dit zijn standplaatsen van waaruit producten worden aangeboden met een seizoensgebonden karakter voor een periode van minimaal 1 maand en maximaal 6 maanden. Voorbeelden hiervan zijn een oliebollen- of een ijscokraam.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1