Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.
Het college zal bij elke afwijzing van een gevraagde standplaatsvergunning moeten beoordelen of er bijzondere omstandigheden zijn die afwijking van de beleidsregels rechtvaardigen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.9