Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Wonen in een geschikte woning

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Wmo gemeente Elburg 2018

Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen voor een woning. Bij de keuze voor een woning dient iemand uiteraard rekening te houden met de eigen situatie. Dat betekent dat er met bestaande of nog te verwachten beperkingen rekening wordt gehouden. Als de woning dan nog niet geschikt is, kan het college compenseren. Een eigen woning kan zowel een koopwoning zijn als een huurwoning. Ook bij woonvoorzieningen speelt de eigen verantwoordelijkheid een rol. Zo mag van iemand gevraagd worden te anticiperen op beperkingen die te maken hebben met het ouder worden of horen bij de aandoening. Gedurende zijn leven verhuisd men geregeld, bijvoorbeeld bij het verlaten van het ouderlijk huis, groter wonen in verband met gezinsuitbreiding, kleiner gaan wonen als de kinderen uit huis zijn etc. Als men ten gevolge van plotseling opgetreden beperkingen onvoorzien met een verhuizing wordt geconfronteerd, kan men in gesprek met een consulent om de mogelijkheden te onderzoeken. Het college beoordeelt allereerst of het resultaat, wonen in een geschikte woning, ook te bereiken is via een verhuizing. Hierbij zullen alle aspecten worden meegewogen, zoals de medisch aanvaardbare termijn waarop een woning beschikbaar komt, eventueel aanwezige mantelzorg en de argumenten pro en contra verhuizing ten aanzien van de inwoner, de verhouding tussen de besparing van de gemeente en de gevolgen voor de inwoner, afstand tot voorzieningen en de mogelijke gebruiksduur van de oplossing. Een zorgvuldige afweging van argumenten zal aan het besluit ten grondslag worden gelegd. Wanneer er een geschikte woning gevonden is, kan men in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding. Indien men verhuisd van een adequate woning naar een inadequate woning komt deze vergoeding te vervallen. Ook zal het college in die situatie niet compenseren middels een aanpassing van de woning o.i.d. 2.2.1 Woonunit of aanbouw Als de maatwerkoplossing een aanbouw bij een eigen woning betreft zal het college allereerst beoordelen wat de mogelijkheden van iemand zijn om uit een oogpunt van kosten zelf in de compenserende voorziening te voorzien. Als het mogelijk is deze aanbouw zelf te financieren, bijvoorbeeld door een extra hypotheek op de woning te vestigen en de kosten daarvan blijven beperkt, zal eerst deze mogelijkheid worden onderzocht. Wanneer blijkt dat men niet zelf in staat is de aanpassing te realiseren, zal het college beoordelen wat de goedkoopst compenserende oplossing is. De gemeente beoordeelt welke bouwofferte in aanmerking komt voor het verlenen van een vergoeding: a.. voor aanpassingen tot en met € 10.000,-- moet minimaal één offerte ingediend worden; b.. voor woningaanpassingen die groter zijn moeten minimaal twee offertes ingediend worden. c.. bij grote bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt het college altijd met een programma van eisen. Deze kan opgesteld worden door een medisch advies instantie. Daarbij kan tevens een prijsindicatie worden opgevraagd. Hierop staat gedetailleerd beschreven hoe de woningaanpassing gerealiseerd wordt en wat daarvan de kosten zijn. De afdeling vergunningverlening van de gemeente verstrekt informatie over de regelgeving en wat wel of niet vergunningsvrij mogelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel