Op hetgeen direct of indirect aan de leden van de commissie omtrent
de kandidaten wordt toevertrouwd, rust een volstrekte
geheimhoudingsplicht.
Deze geheimhoudingsplicht geldt voor de in artikel 5 genoemde
personen, alsook voor anderen die bij de werkzaamheden van de
vertrouwenscommissie zijn betrokken.
Deze geheimhoudingsplicht blijft ook van kracht na ontbinding van de
commissie.