De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de
dertigste dag, volgend op die, waarop aan het gemeentebestuur is
bekend gemaakt, dat in de vacature is voorzien.
De voorzitter en de raadsgriffier dragen er zorg voor, dat, op het
eerste lid bedoelde tijdstip, alle archiefbescheiden, die de
commissie zelf heeft opgemaakt, op last van burgemeester en
wethouders onverwijld in verzegelde enveloppen en gerubriceerd als
“geheim” worden overgebracht naar de krachtens de Archiefwet door de
raad aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens zorg
voor dat uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in de navolgende
leden van dit artikel.
Van de in het tweede lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring
van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit
1995 opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met
toepassing van artikel 15, eerste lid, sub a. en c. van de
Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende
voor en periode van 75 jaar.
De originele bescheiden die de commissie heeft ontvangen van de
Commissaris of van de kandidaten worden onmiddellijk aan deze
teruggezonden.
De voorzitter en de raadsgriffier van de commissie dragen er
eveneens zorg voor dat alle kopieën van de bescheiden als bedoeld in
lid 2 alsdan onverwijld worden vernietigd.