Het college weigert de marktplaatsvergunning indien:
voor alle marktplaatsen een marktplaatsvergunning is verleend;
het assortiment van aanvrager niet binnen één branche valt;
gelet op het bepaalde in het marktreglement het maximale aantal marktplaatsvergunningen is verleend voor de branche waarvoor de marktplaatsvergunning wordt aangevraagd;
ten aanzien van de aanvrager, de bestuurders van de aanvrager of de natuurlijke personen die namens de aanvrager de marktplaats mogen innemen, geen verklaring omtrent het gedrag, die niet ouder is dan drie maanden, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of soortgelijk document van een buitenlandse justitiële instantie is ingediend;
bij de aanvraag onvolledige of onjuiste gegevens zijn verstrekt; of,
verlening van de aangevraagde vergunning naar het oordeel van het college zou leiden tot een onaanvaardbare aantasting van de in artikel 2, derde lid, genoemde belangen.
Het college kan de marktplaatsvergunning weigeren indien:
de selectiecommissie daartoe adviseert;
de aanvrager onvolledige gegevens overlegd; of,
de aanvrager beschikt of beschikte over een marktplaatsvergunning en het naar aanleiding daarvan verschuldigde marktgeld niet heeft voldaan.
Onverminderd het bepaalde in de vorige leden kan het college in het marktreglement bepalen in welke categorieën gevallen het college ter bescherming van de in artikel 2, derde lid, genoemde belangen, een marktplaatsvergunning kan weigeren.