Een marktplaats waarvoor geen marktplaatsvergunning van kracht is of waarvan de houder van een marktplaatsvergunning de marktplaats niet inneemt, kan op aanvraag door de marktbeheerder als dagplaats of standwerkersplaats worden toegewezen.
In het marktreglement kan het college ter bescherming van de in artikel 2, derde lid, genoemde belangen, bepalen met welke procedure en aan de hand van welke criteria bepaald wordt welke aanvrager voor een standwerkersplaats of dagplaats in aanmerking komt.
De persoon die bij de marktbeheerder een verzoek doet tot het innemen van een dagplaats of standwerkersplaats, kan door het college van de toewijzing worden uitgesloten indien:
zijn onderneming niet in het handelsregister staat ingeschreven;
hij onjuiste of onvolledige gegevens overlegt;
het bepaalde bij of krachtens deze verordening eerder heeft overtreden;
zich eerder schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog;
de marktbeheerder en of de bij besluit van het college aangewezen personen belast met het toezicht, belemmert in het uitoefenen van hun functie, dan wel de door de marktbeheerder en of de bij besluit van het college aangewezen personen belast met het toezicht, gegeven aanwijzingen niet opvolgt; of,
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet.
Indien het verzoek door de marktbeheerder wordt gehonoreerd en de aanvrager het verschuldigde marktgeld betaald heeft, verstrekt de marktbeheerder een afschrift van het betalingsbewijs aan de aanvrager.
Het in artikel 13, eerste lid, opgenomen verbod is niet van toepassing op degene die de hem door de marktbeheerder toegewezen marktplaats inneemt.
Hoofdstuk 3
Artikel 16
Dagplaatsen en standwerkersplaatsen
Onderdeel van Marktverordening Nijmegen 2020