1. Bijzondere bijstand is mogelijk voor de kosten van het bezoek aan buiten de gemeente, maar in Nederland verzorgd of verpleegd wordende gezins- of familieleden.
Onder gezins- of familieleden worden verstaan:
a. degenen, die tot het gezin behoren (dus ook eventuele pleegkinderen);
b. verdere familieleden in de eerste graad (ouders-kinderen);
c. in bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij ernstige ziekte) overige (tweede graad) familieleden.
2. Als er sprake is van vergoeding van reiskosten op grond van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van het volgende aantal bezoeken:
a. bij ernstige ziekte: 1x per week voor 2 personen of 2x per week voor 1 persoon;
b. bij langdurige verzorging of verpleging: 1x per 2 weken voor 2 personen of 1x per week voor 1 persoon.
3. Van het genoemde aantal bezoeken in lid 2 kan worden afgeweken als daar een medische en/of sociale indicatie voor is.
4. De vergoeding op grond van de bijzondere bijstand is gelijk aan de tarieven openbaar vervoer 2e klasse ook als van eigen vervoer gebruik wordt gemaakt. Indien van het eigen vervoer gebruik wordt gemaakt, wordt de vergoeding pas verstrekt na overlegging van een verklaring van de inrichting of als de bezoeken anderszins aantoonbaar worden gemaakt.
Hoofdstuk 2:
Artikel 20
Reiskosten bezoek zieke familieleden
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Almelo 2020