Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Almelo 2020.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo op
de secretaris, de burgemeester,
Toelichting
Algemene toelichting
In deze beleidsregel zijn de losse onderdelen van het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Almelo bij elkaar gevoegd en geactualiseerd.
Voor de meeste onderwerpen en kostensoorten is inhoudelijk aansluiting gezocht bij het bestaande beleid en is er alleen sprake van een actualisatie door bij voorbeeld niet langer gebruik te maken van verwijzingen naar de Wet werk en bijstand die is opgevolgd door de Participatiewet.
Bij andere onderwerpen gaat het ook om inhoudelijke wijzigingen.
Daarbij gaat het om het volgende:
• De buitenwettelijke terugwerkende kracht van bijzondere bijstandsverstrekking is in deze beleidsregel beperkt tot 1 maand. In het voorgaande beleid ging het om 1 jaar.
• Bij bewindvoeringskosten wordt alle inkomen boven de bijstandsnorm gezien als draagkracht. Dit om te bevorderen dat naar alternatieve oplossingen wordt gezocht voor deze kosten.
• In beginsel wordt geen bijzondere bijstand meer verstrekt voor eigen bijdragen in het kader van de zorgverzekeringswet en de WMO. Dit omdat men zich veelal via een (gemeentelijke collectieve) aanvullende zorgverzekering kan verzekeren.
• In beginsel worden de kosten van orthodontie bij kinderen niet langer vergoed.
• In beginsel wordt er geen bijzondere bijstand meer verstrekt voor telefoonkosten. Dit vanwege het feit dat er momenteel vele gratis mogelijkheden zijn om te communiceren;
• Het zelfde geldt voor de geringe meerkosten in elektriciteitsverbruik vanwege het gebruik van een scootmobiel of traplift.
• Bij het bepalen van het maximale leenbedrag voor duurzame gebruiksgoederen wordt het maximale te lenen bedrag 5% van de betreffende bijstandsnorm voor levensonderhoud maal 36 maanden. Voorheen was dit 6%. In lijn met het trachten terugdringen van problematische schulden en de daarbij behorende wijziging van de beslagvrije voet is voor deze aanpassing gekozen.
• In beginsel wordt er geen bijzondere bijstand voor levensonderhoud aan voormalig alleenstaande ouders verstrekt om de overgang naar een lager inkomen te overbruggen. Het bestaande beleid had een categoriaal karakter. Dit is onder de Participatiewet niet toegestaan.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsbepaling
Door bij de bijstandsnorm te verwijzen naar artikel 5 onder c, wordt impliciet ook verwezen naar de kostendelersnorm wanneer deze van toepassing is.
In plaats van een vermogensvrijlating voor een auto is gekozen voor een vermogensvrijlating voor één kenteken-houdend voertuig. Daaronder vallen niet daarmee niet meer alleen een auto maar ook, een brommer, scooter of speedpedelec.
Artikel 4 en 5 Draagkracht
In principe geldt dat slechts voor een deel rekening wordt gehouden met de inkomsten boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Een uitzondering wordt gemaakt bij de woonkostentoeslag. Daarbij worden alle inkomsten boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm gezien als draagkracht. De reden hiervoor is dat woonkosten niet als bijzondere kosten zijn aan te merken maar als algemene kosten, waar in principe iedereen mee te maken krijgt.
De andere uitzondering betreft bewindvoeringskosten. Om te stimuleren dat deze kosten zo veel mogelijk worden vermeden en naar alternatieve oplossingen wordt gezocht wordt ook voor deze kosten alle draagkracht in aanmerking genomen.
Met toepasselijke bijstandsnorm wordt in voorkomende gevallen de kostendelersnorm bedoeld.
Vanwege praktische overwegingen wordt bij inkomsten en bij de van toepassing zijnde bijstandsnorm bij berekeningen uitgegaan van de bedragen exclusief vakantiegeld.
Bij het aanvragen van bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen worden in beginsel de middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 Participatiewet, artikel 33 lid 5
Participatiewet (inkomsten) en artikel 34 lid 2 Participatiewet(vermogen) niet vrijgelaten.
Artikel 9 Medische kosten
In beginsel verstrekt het college geen bijzondere bijstand voor medische kosten. Onder 'medische kosten' wordt verstaan: noodzakelijk te maken kosten welke vallen binnen de reikwijdte van de kostensoorten waarover de Zorgverzekeringswet of de WLZ zich uitspreekt.
In afwijking hiervan bestaat er wel recht op bijzondere bijstand als de aanvrager zich door een premieachterstand niet heeft kunnen verzekeren via een aanvullende zorgverzekering.
Artikel 12 Rechtsbijstand
Voor vertaalkosten is in principe geen bijzondere bijstand mogelijk. Advocaten kunnen namelijk kosteloos gebruik maken van een gesubsidieerd tolkencentrum.
Ook voor de reiskosten van een belanghebbende voor het bijwonen van rechtszittingen is in principe geen bijzondere bijstand mogelijk want het is in het algemeen niet noodzakelijk dat belanghebbende in persoon aanwezig is op een rechtszitting.
Artikel 13 Aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud van 18 t/m 20 jarigen
Bij het beoordelen van het recht op bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor jongeren van 18, 19 of 20 jaar wordt in alle gevallen onderzocht of de onderhoudsplicht van de ouders kan worden geëffectueerd. Bij het vaststellen van de hoogte van de aanvullende bijstand wordt rekening gehouden met de specifieke omstandigheden zoals het al dan niet kunnen kosten delen met medebewoners. Voor de berekening kunnen daarbij de regels van de kostendelersnorm voor 21-plussers worden gebruikt. Het is immers niet de bedoeling dat de jongere financieel in gunstiger positie komt dan een 21 jarige in een vergelijkbare positie.
Artikel 14 Babyuitzet
Wanneer er bijzondere bijstand wordt verstrekt voor een babyuitzet is het uitgangspunt een verstrekking via lening. Zie hiervoor ook de toelichting bij artikel 26.
Artikel 15 Maaltijdvoorziening
Alleen noodzakelijk gebruik van een maaltijdvoorziening kan voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Om te voorkomen dat voor iedere aanvraag voor bijzondere bijstand een medisch advies dient te worden aangevraagd, zijn er een aantal criteria die kunnen worden gehanteerd om te bezien of een aanvrager voor bijzondere bijstand in aanmerking komt. Deze criteria dienen in hun onderlinge samenhang te worden gezien:
1. de aanvrager heeft een voorziening in het kader van de WMO
ook hiervoor geldt dat niet iedere WMO-voorziening per definitie betekent dat de aanvrager zelf geen maaltijden zou kunnen bereiden. Veelal ligt er aan een WMO-voorziening een medisch advies ten grondslag. Indien de situatie niet duidelijk is, kan met toestemming van de aanvrager informatie worden ingewonnen bij de uitvoerders van de WMO.
2. de aanvrager heeft een indicatie voor thuiszorg
wanneer een aanvrager thuiszorg heeft, kan het zijn dat de thuiszorg voor de aanvrager kookt. Wanneer dit het geval is, dient nagegaan te worden hoe vaak in de week voor de aanvrager wordt gekookt.
3. gezinssituatie: indien er een partner aanwezig is: is deze nog in staat maaltijden te bereiden?
Alleen bij twijfel over de noodzaak wordt een medisch advies opgevraagd.
Artikel 16 Eigen bijdrage verzorging en hulp
Bijstandsverlening voor de eigen bijdragen WLZ-instelling aan een belanghebbende met een bijstandsuitkering bij verblijf in een inrichting is niet aan de orde, er is een passende en toereikende voorliggende voorziening. Men kan namelijk vragen om vermindering van de eigen bijdrage zodat men de bijstandsnorm voor zak- en kleedgeld overhoudt. Voor vergoeding van de eigen bijdragen in het kader van de WMO geldt dat men zich daarvoor in de meeste gevallen had kunnen verzekeren via een aanvullende zorgverzekering.
Artikel 17 Communicatie en signalering
Telefoonkosten
Door de technologische ontwikkelingen zijn er veel gratis of goedkope mogelijkheden, bijvoorbeeld Skype, prepaid bellen en dergelijke. Alleen in uitzonderingssituaties zal er daarom bijzondere bijstand kunnen worden verstrekt voor telefoonkosten.
Alarmering
Personenalarmering is bedoeld voor mensen die ondanks hoge leeftijd, ziekte of een handicap alleen wonen en alarm moeten kunnen slaan als hen iets overkomt. Personenalarmering bestaat uit een alarmunit en een draadloos zendertje, waarmee direct contact kan worden gemaakt met een alarmcentrale.
De abonnements- en aansluitingskosten op de alarmcentrale worden niet door de basisverzekering vergoed, zodat de basisverzekering geen toereikende voorziening is. Voor deze kosten kan dan ook aanvullend bijzondere bijstand worden verstrekt. Indien men uit een aanvullende verzekering hiervoor een vergoeding ontvangt, wordt de vergoeding van deze aanvullende verzekering op de kosten in mindering gebracht.
In de meeste gevallen is er een indicatie afgegeven via het WMO-loket voor alarmering. Ook komt het voor dat de alarmering een verplicht onderdeel is van het wonen in een aanleunwoning of verpleegafdeling. Ook in die gevallen kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de eigen bijdrage van het alarmsysteem en eventuele noodzakelijke zorgopvolging.
Artikel 18 Stookkosten en elektriciteitsgebruik
Voor de bepaling van het gemiddelde verbruik van stookkosten is daarbij het type woning bepalend. Voor het gemiddelde verbruik van elektriciteit is de grootte van de huishouding van belang. Voor de vaststelling van het gemiddelde gebruik maken wij gebruik van de NIBUD-Prijzengids.
Verantwoord energiegebruik
In het kader van het onderzoek zal tevens moeten worden bezien of er sprake is van een verantwoord energiegebruik. Hierbij valt te denken aan het stookgedrag, ventilatie van de woning, aanwezigheid van bepaalde energieverslindende apparatuur (vaatwasmachine, stookkachels, grote aquaria, diepvriezer, droogtrommel e.d.). De extra energiekosten als gevolg van deze apparatuur kan in het algemeen niet voor vergoeding in aanmerking komen.
De hoogte van de toe te kennen bijstand moet worden beargumenteerd. Toekenning van een vast (norm)bedrag voor een bepaalde leefeenheid is niet de bedoeling. In bijzondere gevallen kunnen voorwaarden aan de bijstand worden verbonden, die ertoe strekken, dat de klant het energieverbruik terugdringt resp. omziet naar andere huisvesting, die beter is geïsoleerd.
Ook kan er sprake zijn van extra elektriciteitsverbruik in verband met het gebruik van een scootmobiel en/of traplift. Het meerverbruik is veelal dusdanig gering dat bijzondere bijstandverlening niet in de rede ligt.
Artikel 19 Reiskosten woon-werkverkeer (verwervingskosten)
Hiervoor wordt geen bijzondere bijstand verstrekt, maar indien noodzakelijk kan het college re-integratiemiddelen inzetten voor deze kosten.
Deze kosten worden als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan aangemerkt, waarin zelf voorzien moet worden. Bovendien kunnen via de Belastingdienst reiskosten als aftrekpost worden opgevoerd. Derhalve is er voor reiskosten een voorliggende voorziening aanwezig. Vaak ook wordt via de werkgever een vergoeding verstrekt.
Aanvragers met een bijstandsuitkering hebben vaak tijdelijk werk en verdienen niet genoeg om het zonder uitkering te kunnen stellen. In dergelijke gevallen biedt de Belastingdienst onvoldoende soelaas inzake de reiskostenaftrek. Bovendien vindt eventuele teruggave van reiskosten via de Belastingdienst pas na een jaar plaats. Voor aanvragers met een bijstandsinkomen is dit niet op te brengen. Bovendien wordt werkaanvaarding niet gestimuleerd als belanghebbende veel reiskosten moet maken die voor eigen rekening zouden komen. Daarom is het mogelijk voor reiskosten in verband met woon-/werkverkeer een vergoeding vanuit de re-integratiemiddelen te verstrekken.
Dit kan bij deeltijdarbeid die buiten Almelo plaatsvindt en waarbij de enkele reisafstand meer dan 10 kilometer bedraagt en er geen vergoeding van de werkgever wordt verkregen. Er kan dan een vergoeding worden toegekend voor de reiskosten op basis van openbaar vervoer 2e klasse.
Reiskosten scholing/stage i.v.m. noodzakelijk geachte scholing
Aanvragers die, met behoud van de uitkering, een noodzakelijk geachte scholing of opleiding volgen en daarvoor reiskosten maken, kunnen deze reiskosten vergoed krijgen via een vergoeding vanuit de re-integratiemiddelen.
Dit kan ook voor aanvragers die voor een stage (praktijkgedeelte van de opleiding) dergelijke reiskosten moeten maken, tenzij daarvoor aan de aanvrager door de stage-verlenende instantie al een vergoeding is verstrekt.
Het spreekt voor zich dat de vergoeding wordt verstrekt gedurende de duur van de opleiding. De vergoeding wordt verstrekt na inlevering van vervoersbewijzen en/of aanwezigheidsoverzichten van de opleiding/stage.
Artikel 20 Reiskosten bezoek zieke familieleden
Vaak zal in deze gevallen de ziektekostenverzekering als voorliggende voorziening fungeren. Deze vergoeding wordt dan betaald uit de aanvullende verzekering.
Artikel 21 Reiskosten bezoek aan gedetineerden
De reiskosten (en eventueel kosten van levensonderhoud) voor de gedetineerden zelf, die op weekendverlof mogen gaan in het kader van re-socialisering, dienen volgens jurisprudentie binnen de wettelijke bepalingen van justitie danwel in het kader van subsidieverlening aan reclasseringsverenigingen te worden opgelost. Voornoemde kosten worden niet beschouwd als noodzakelijke kosten van het bestaan zoals bedoeld in de Participatiewet. Bijzondere bijstandsverlening is daarvoor dus niet mogelijk.
Artikel 22 Doorbetaling vaste lasten bij kortdurend verblijf in detentie
Het is vanuit preventief oogpunt wenselijk om voor de groep die kortdurend in detentie verblijft de vaste lasten als huur, gas, water en elektra door te betalen via de bijzondere bijstand. De kans dat iemand terugvalt in criminele activiteiten is veel kleiner indien belanghebbende gelijk over woonruimte beschikt wanneer hij uit detentie komt. Daarom is er de mogelijkheid voor de groep gedetineerden die in kortdurende detentie gaat (maximaal half jaar), bijzondere bijstand voor woonlasten te verstrekken.
Artikel 23 Reiskosten bezoek De Toegang (de wijkteams)
Tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan behoren ook de kosten van vervoer voor de deelname aan het maatschappelijk verkeer. Hieronder wordt ook begrepen het doen van aanvragen en het komen voor gesprekken en dergelijke op een wijkteamlocatie. Aangezien de algemene bijstand, danwel een inkomen op bijstandsniveau voorziet in deze kosten kan er in beginsel geen bijstand worden verleend voor deze kosten.
Artikel 24 Kosten van sociaal culturele en educatieve activiteiten
Hiervoor kan geen bijzondere bijstand worden verleend maar er zijn wel mogelijkheden op grond van de verordening Almelo Doet Mee. Hetzelfde geldt voor de Stichting Jeugdfonds Almelo dat zich op kinderen richt. Deze stichting wordt door de gemeente Almelo gesubsidieerd.
Artikel 25 Bewassing en kledingslijtage
Te denken valt aan extra kleding- en schoeiselslijtage als gevolg van het gebruik van prothesen, stoornissen in houding en het bewegingsapparaat of stoornissen in het evenwicht, het bewustzijn of het coördinatievermogen. Bij extra bewassingskosten kan het gaan om incontinentie, gebruik medicatie zoals zalf, bedlegerigheid, gebruik van een stoma of bijvoorbeeld overmatig transpireren.
Artikel 26 Kosten van scholing en opleiding
Indien nodig kan het college re-integratiemiddelen inzetten ter dekking van deze kosten.
Artikel 27 Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten
Algemeen
De kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke uitkering algemene bijstand door middel van reservering danwel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten. Een mogelijkheid om dergelijke kosten te financieren is het afsluiten van een lening bij een kredietverlenende instantie.
Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er van deze regel worden afgeweken. In dat geval wordt bijzondere bijstand verleend, ook als dit bijstand betekent in aanvulling op een voorliggende voorziening.
Vaststelling noodzaak
Bij de behandeling van een bijstandsaanvraag dient allereerst de noodzaak van de herinrichting te worden vastgesteld. De noodzaak dient in principe te worden vastgesteld aan de hand van een huisbezoek, om zodoende de hoogte van de bijzondere bijstand te bepalen. De bevindingen van het huisbezoek dienen uitvoerig in een rapportage tot uitdrukking te komen. Als de noodzaak ontbreekt dan kan de aanvraag direct worden afgewezen.
Ook als een (her)inrichting noodzakelijk is, kan in het algemeen geen bijstand worden verleend in verhuis- en herinrichtingskosten, omdat deze kosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die uit het ter beschikking staande inkomen dienen te worden bestreden.
In dit verband zal behalve de noodzaak van verhuizing ook de voorzienbaarheid van verhuizing dienen te worden onderzocht en in de rapportage worden vastgelegd.
Alleen bij bijzondere, zich onverwacht voordoende omstandigheden kan er aanleiding zijn bijstand te verlenen als geen of onvoldoende reserveringscapaciteit aanwezig is. Voor het bepalen van de voorzienbaarheid van de verhuizing is onder andere de inschrijvingsdatum als woningzoekende van belang. Ook zal moeten worden beoordeeld of de verhuizing uit te stellen is. Bijstandsverlening voor een verhuizing enkel op grond van een sociale of medische indicatie is in het algemeen niet mogelijk. Een jeugdig echtpaar dat bijvoorbeeld in verband met de komst van een kind naar een eengezinswoning wenst te verhuizen óf een wat ouder echtpaar dat een kleinere woning wenst te betrekken zal in verband met de voorzienbaarheid van de verhuizing in het algemeen zelf in verhuis- en herinrichtingskosten dienen te voorzien bijvoorbeeld door middel van het aangaan van een lening bij de geëigende kredietverlenende instelling, respectievelijk de verhuizing moeten uitstellen totdat voldoende is gereserveerd.
Hoogte bijzondere bijstand
Het is duidelijk dat bij de bepaling van het benodigde bedrag uitsluitend kan worden uitgegaan van noodzakelijk aan te schaffen goederen. Deze beoordeling dient aan de hand van een door aanvrager op te stellen inventarislijst te geschieden, die waar mogelijk is voorzien van de bedragen waarmee de goederen zo goedkoop en adequaat mogelijk kunnen worden aangeschaft. In het algemeen dienen geen pro-forma nota's te worden ingenomen. In zeer bijzondere situaties kan het desondanks wenselijk zijn dat aanvrager pro-forma-nota's overlegt als enigerlei vorm van begeleiding bij de inrichting noodzakelijk is. Een goedkope en adequate oplossing staat voorop. Indien mogelijk dient daarom gebruik te worden gemaakt van beschikbare tweedehands goederen.
Qua maximaal mogelijke te verstrekken bedragen bij deelinrichting dient gebruik te worden gemaakt van de richtprijzen van de Nibudprijzengids. Bij het vaststellen van het benodigd bedrag wordt gelet op het karakter van de Participatiewet ervan uitgegaan dat van aanvrager in redelijkheid mag worden verwacht dat hij/zij bij het inkopen van de benodigde goederen prijsbewust te werk gaat. Bij de verhuis-en herinrichting mag rekening worden gehouden met zelfwerkzaamheid.
Bij toekenning van bijstand wordt indien mogelijk tot rechtstreekse betaling aan de leverancier overgegaan (machtiging aanvrager innemen).
Vorm van bijstand
Als men niet over de financiële middelen beschikt om bijvoorbeeld duurzame noodzakelijke gebruiksgoederen aan te schaffen, zal men daarvoor moeten trachten te reserveren of zal men geld moeten lenen. Gelet op het complementaire karakter van de Participatiewet zal primair een beroep dienen te worden gedaan op de Stadsbank Oost-Nederland. Alleen als een dergelijke lening niet mogelijk is, kan (aanvullende) leenbijstand of bijstand ‘om niet’ noodzakelijk zijn.
Als sprake is van de aanwezigheid van een zogenaamd bescheiden vermogen én het gaat om de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen die gewoonlijk uit het ter beschikking staande inkomen bestreden dienen te worden, zal eerst het bescheiden vermogen aangewend dienen te worden. Verder dient te worden nagegaan of de voorziening uit te stellen is, of reservering mogelijk is geweest en of op andere wijze in de kosten kan worden voorzien.
Als de noodzaak van de bijstandsverlening is vastgesteld dient de vorm van de bijstandsverlening te worden bepaald. Wanneer kredietverlening niet door de Stadsbank Oost-Nederland kan plaatsvinden, zal doorgaans leenbijstand moeten worden verstrekt.
De hoogte van de leenbijstand voor woninginrichting wordt gemaximeerd op 5% (in het voorgaande beleid ging het om 6%) van de betreffende bijstandsnorm (plus de eventuele bijzondere bijstand voor levensonderhoud) inclusief vakantiegeld gedurende 3 jaar. Wanneer het (in zeer uitzonderlijke situaties) noodzakelijk is om een bedrag te verstrekken dat hoger is dan het maximum, dan wordt het meerdere als bijstand om niet verstrekt. Hiermee wordt beoogd de schulden van bijstandsgerechtigden terug te dringen, de bijzondere bijstandverlening te beperken en het leveren van maatwerk te bevorderen.
Behang– en schilderwerk
Naast de bijzondere bijstand voor woninginrichting kan er bijstand om niet verstrekt worden voor de opknapkosten in de vorm van behang- en schilderwerk waarbij als indicatie kan worden aangehouden:
Per 01-01-2020:
• 1-kamer woning € 279,00
• 2-kamer woning € 350,00
• 3-kamer woning € 418,00
• 4-kamer woning € 492,00
• 5-kamer woning € 558,00
Niet tot een kamer worden gerekend: toilet, badkamer en keuken. Het gaat om verblijfsruimten als de woonkamer en slaapkamer(s) die daadwerkelijk worden gebruikt.
De genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijsindex alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, overeenkomstig de methode van Schulinck.
Artikel 28 Verhuiskosten
Omschrijving kosten
Kosten in verband met verhuizing, bijvoorbeeld de kosten in verband met het transport van de inboedel en dubbele vaste lasten voor woning gedurende overgangsperiode.
Voorliggende voorziening
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. Denk in dit geval aan:
• een geldlening bij een kredietverlenende instantie;
• de WMO. Bijvoorbeeld als de verhuizing medisch noodzakelijk is in verband met een handicap van de betrokkene;
• de werkgever. Bijvoorbeeld als volgens de CAO of een individuele arbeidsovereenkomst een tegemoetkoming in verhuiskosten betaald wordt door de werkgever.
Recht op bijzondere bijstand
De kosten in verband verhuizing behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke uitkering algemene bijstand door middel van reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten.
Bijstand om niet
Niet voor alle kosten verbonden aan verhuizing/herinrichting kan leenbijstand worden verleend. De eigenlijke kosten van de verhuizing, zoals de dubbele huur, verhuisbusje, verf en behang, aansluitkosten apparatuur, kunnen "om niet" verstrekt worden.
Dubbele huur wordt veroorzaakt door een vroegere acceptatiedatum van de nieuwe woning, dan de laatste huurdag van de oude woning. Er is dan sprake van een overlap. Indien er sprake is van dubbele huur, kan dat deel van de huur dat als dubbele huur wordt aangemerkt, om niet verstrekt worden.
De bepaling van de dubbele huur is als volgt:
Stel:
Men verhuist van woning A (€ 300,00 huur per maand) naar woning B (€ 400,00 huur per maand). Huurcontract van woning A is opgezegd ingaande 1 februari. Woning B is aanvaard ingaande 16 januari. De overlap betreft periode 16 januari t/m 31 januari (= 16 dagen)
Berekening:
huur per maand van de nieuwe woning (€ 400,00): 31 dagen (afhankelijk van de maand) x 16 dagen (overlap) = € 206,45 dubbele huur.
Eerste huur (vaak bedongen door verhuurder bij ondertekening huurcontract) is niet hetzelfde als dubbele huur. Bij eerste huur is er geen sprake van een overlap, aangezien twee huurperiodes naadloos op elkaar aansluiten. Mocht er toch aanleiding zijn om bijzondere bijstand voor eerste huur te verstrekken, dan kan dat in principe alleen om niet, tenzij de bijstandverlening valt te plaatsen onder artikel 48 lid 2 van de Participatiewet.
Voor de waarborgsom wordt normaliter geen bijstand verstrekt. Als bijstand hiervoor wordt verstrekt, wordt dit toegekend in de vorm van een lening. In bijzondere situaties kan bijstand om niet geboden zijn.
Artikel 29 Woonkostentoeslag
Om terugvordering te voorkomen wordt op voorhand rekening gehouden met de belastingteruggave voor rentelasten.
Onderhoudskosten worden in de berekening in beginsel niet meegenomen.
Artikel 30 Dieetkosten
De meerkosten per jaar van een dieet zijn opgenomen in de prijzengids van het Nibud onder 'Meerkosten dieetvoeding'. De genoemde bedragen dienen met 30% te worden verlaagd. De bedragen van het Nibud komen overeen met die van het Ministerie van Financiën en zijn de fiscaal aftrekbare forfaitaire bedragen. Met andere woorden: dieetkosten kunnen leiden tot een belastingteruggaaf. Door de bedragen met 30% te verlagen wordt met een belastingteruggaaf rekening gehouden.
Wanneer dieetpreparaten noodzakelijk zijn dan worden deze vergoed door de zorgverzekeraar.
Artikel 31 Toeslag voormalig eenoudergezin
De toeslag voormalig eenouder gezin vervalt met deze beleidsregel. Het voorgaande beleid had een categoriaal karakter. Dit is onder de Participatiewet niet meer toegestaan.
Hoofdstuk 3:
Artikel 35
Citeertitel
Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Almelo 2020