In deze beleidsregel wordt bedoeld met:

a. wet: Participatiewet;

b. bijstandsnorm: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 5 onder c van de Participatiewet;

c. kostendelersnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 22a Participatiewet;

d. bijzondere bijstand: bijstand ter voorziening in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet;

e. geïndexeerde GMD lijst: lijst gebaseerd op de eind 1993 door de VNG aan de gemeenten gestuurde GMD-lijst voor inkomensondersteunende voorzieningen. Deze lijst bevatte een overzicht van zogenaamde 'meerkosten' welke mensen met een bepaalde ziekte of handicap hebben. De GMD-lijst wordt jaarlijks door het bedrijf Schulinck geïndexeerd;

f. vermogen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 34 van de Participatiewet, met dien verstande dat het vermogen gebonden in alle kenteken-houdende voertuigen in een huishouden tot een totale waarde van € 5.000 buiten beschouwing blijft. In bijzondere omstandigheden kan dit bedrag, voor zover noodzakelijk worden verhoogd.

g. vermogensgrens: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 34 van de Participatiewet;

h. Nibud: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting;

i. Wrb: Wet op de rechtsbijstand;

j. WSNP: Wet schuldsanering natuurlijke personen;