Naar hoofdinhoud

Artikel 12A

Herziening van de grondwaarde bij Onttrekking / herstructurering / vernieuwbouw van DAEB-bezit

Onderdeel van ALGEMENE BEPALINGEN VOOR DE UITGIFTE IN EEUWIGDURENDE ERFPACHT VAN GRONDEN TEN BEHOEVE VAN WOONDOELEINDEN VAN DE GEMEENTE DIEMEN 2020 (AB Diemen 2020)

12A.1. In aanvulling op casu quo afwijking van het bepaalde in artikel 12 is de erfpachter in geval van: onttrekking van DAEB-bezit aan de voorraad, als bedoeld in artikel 16.1; en een herstructurering van DAEB-bezit waarbij de onroerende zaak opnieuw wordt bebouwd; en vernieuwbouw van DAEB-bezit waarbij de opstallen ingrijpend worden gewijzigd, en waarbij sprake is van wijziging van het bestaande erfpachtrecht, verplicht het daarbij optredende grondwaardesurplus aan de gemeente te vergoeden. 12A.2. Bij onttrekking van DAEB-bezit aan de voorraad en mitsdien de overheveling daarvan naar niet-DAEB-bezit waarbij de woningen voortaan als geliberaliseerde of vrije sector huurwoningen worden aangemerkt en de exploitatie als zodanig daarvan door de erfpachter wordt voortgezet, wordt het grondwaardesurplus bepaald op basis van: de in het jaar van overheveling naar niet-DAEB-bezit geldende grondquote, waaronder te dezen dient te worden verstaan: het aandeel van de vastgoedwaarde zoals dat is bepaald volgens het in het jaar van overheveling naar niet-DAEB-bezit geldende grondprijsbeleid van de gemeente; de voor het betreffende type sociale huurwoningen uit het in het jaar van overheveling naar niet-DAEB-bezit geldende grondprijsbeleid van de gemeente blijkende grondwaarde (de zogenaamde "grondwaarde sociale huurwoningen"); de WOZ-waarde zoals die is vastgesteld bij de beschikking van het jaar voorafgaande aan het jaar van overheveling naar niet-DAEB-bezit ; en de waardedrukkende werking van de bestaande opstal / woning (het zogenaamde "depreciatiepercentage"), en wel als volgt: Grondwaardesurplus = de hiervoor onder a. bedoelde grondquote x het hiervoor onder d. bedoelde depreciatiepercentage x de hiervoor onder c. bedoelde WOZ-waarde -/- de hiervoor onder b. bedoelde grondwaarde sociale huurwoningen. 12A.3. Bij onttrekking van DAEB-bezit aan de voorraad door uitponding (verkoop, levering en overdracht) van sociale huurwoningen, wordt het grondwaardesurplus bepaald op basis van: de in het jaar van de levering en overdracht geldende grondquote, waaronder te dezen dient te worden verstaan: het aandeel van de vastgoedwaarde zoals dat is bepaald volgens het in het jaar van de levering en overdracht geldende grondprijsbeleid van de gemeente; de voor het betreffende type sociale huurwoningen uit het in het jaar van de levering en overdracht geldende grondprijsbeleid van de gemeente blijkende grondwaarde (de zogenaamde "grondwaarde sociale huurwoningen"); en de WOZ-waarde zoals die is vastgesteld bij de beschikking van het jaar voorafgaande aan het jaar van de levering en overdracht, en wel als volgt: Grondwaardesurplus = de hiervoor onder a. bedoelde grondquote x de hiervoor onder c. bedoelde WOZ-waarde -/- de hiervoor onder b. bedoelde grondwaarde sociale huurwoningen. 12A.4. Bij een herstructurering van DAEB-bezit waarbij de onroerende zaak opnieuw wordt bebouwd en bij vernieuwbouw van DAEB-bezit waarbij de opstallen ingrijpend worden gewijzigd, wordt het grondwaardesurplus bepaald op basis van: de grondwaarde met het oog op het gewijzigde gebruik als gevolg van de herstructurering of vernieuwbouw, blijkende dan wel af te leiden uit het grondprijsbeleid van de gemeente geldend in het jaar waarin het alsdan tussen de gemeente en de erfpachter in goed onderling overleg bepaalde moment is gelegen waarop zij wensen dat die grondwaarde moet worden vastgesteld (de zogenaamde: "grondwaarde-gewijzigd-gebruik"); en de grondwaarde van het vóór de herstructurering of vernieuwbouw volgens de erfpachtakte toegestane huidige gebruik, blijkende dan wel af te leiden uit het grondprijsbeleid van de gemeente geldend in het hiervoor onder a. bedoelde jaar (de zogenaamde "grondwaarde-huidig-gebruik"), zulks met een minimum van nul euro (€ 0,00), en wel als volgt: Grondwaardesurplus = grondwaarde-gewijzigd-gebruik -/- grondwaarde-huidig-gebruik, met een minimum van nul euro (€ 0,00). 12A.5. Het in elk van de artikelen 12A.2, 12A.3 en 12A.4 bedoelde grondwaardesurplus dient in een keer (bij vooruitbetaling) door de erfpachter aan de gemeente te worden voldaan. 12A.6. In het in elk van de artikelen 12A.2, 12A.3 en 12A.4 bedoelde grondwaardesurplus wordt de afkoop van de (eventueel) verhoogde canon geacht begrepen te zijn. De canon zoals die met betrekking tot het DAEB-bezit gold tot het moment van bedoelde onttrekking daarvan aan de voorraad en bedoelde herstructurering of vernieuwbouw daarvan wordt als zodanig dus niet aangepast en blijft door de erfpachter aan de gemeente verschuldigd. 12A.7. De onttrekking, herstructurering en vernieuwbouw van DAEB-bezit, zoals in dit artikel bedoeld, en de verschuldigdheid daarbij en vooruitbetaling van het in dit artikel bedoelde grondwaardesurplus worden geconstateerd bij notariële akte, in welke akte in ieder geval dient te worden vermeld: de kadastrale aanduiding, de oppervlakte en, voor zover bekend, de plaatselijke aanduiding van het perceel; de nieuwe grondwaarde; het bedrag van het grondwaardesurplus; de bestemming en het toegestane gebruik; voor zover van toepassing, de maximaal toegestane bebouwing; de kwijting die de gemeente aan de erfpachter verleent voor de betaling van bedoeld grondwaardesurplus.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel