Naar hoofdinhoud
15.1. De erfpachter is verplicht onder de voorwaarden en binnen de termijnen daartoe in de erfpachtakte gesteld: de onroerende zaak te bebouwen overeenkomstig het door de gemeente goedgekeurde bouwplan; de onroerende zaak op behoorlijke wijze van de belendende percelen en van de openbare weg af te scheiden en afgescheiden te houden; de onbebouwde (delen van de) onroerende zaak op behoorlijke wijze overeenkomstig de in de erfpachtakte aangegeven bestemming in te richten en ingericht te houden; de onroerende zaak en de opstallen overeenkomstig de in de erfpachtakte aangegeven bestemming in gebruik te nemen. 15.2. De gemeente kan op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter ontheffing verlenen van één of meer van de in artikel 15.1 genoemde verplichtingen en/of van de ter zake in de erfpachtakte gestelde voorwaarden en termijnen. Indien de gemeente ontheffing verleent, kan zij daaraan voorwaarden verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel