**17.1.** De erfpachter is verplicht de onroerende zaak met de opstallen in zodanige (technische) staat te houden dat deze de in de erfpachtakte aangegeven bestemming op behoorlijke wijze kan dienen. Daartoe dient de erfpachter de onroerende zaak met de opstallen in alle opzichten goed te onderhouden en waar nodig tijdig geheel of gedeeltelijk te vernieuwen.
**17.2.** Het is de erfpachter niet geoorloofd de opstallen geheel of gedeeltelijk te slopen of het bouwvolume van de opstallen te wijzigen.
**17.3.** De erfpachter is verplicht tot gehele of gedeeltelijke herbouw van de opstallen over te gaan indien deze door welke oorzaak ook zijn te niet gegaan. De erfpachter is verplicht de opstallen tegen brand en stormschade te verzekeren.
**17.4.** Het is de erfpachter niet geoorloofd in, op of aan de onroerende zaak met de opstallen werkzaamheden of handelingen te verrichten of na te laten dan wel een bedrijf uit te oefenen, waardoor gevaar, schade of hinder, dan wel aantasting van de volkgezondheid en/of het milieu – waaronder die van de bodem en het grondwater – wordt veroorzaakt. Alle schade die niettemin door handelen of nalaten door of vanwege de erfpachter ontstaat – waaronder de kosten van eventueel noodzakelijke bodem- en/of grondwatersanering – is voor rekening van de erfpachter.
**17.5.** De erfpachter is verplicht om op, in, aan of boven de onroerende zaak en de opstallen te gedogen en toe te laten:
de aanwezigheid van zoveel en zodanige inrichtingen en voorzieningen voor openbare en/of communicatie doeleinden, zoals openbare verlichting, rioleringen, buizen, palen, kabels en leidingen/netwerken voor het transport van gas, water, warmte/koude, elektriciteit, telefonie, kabeltelevisie, data en dergelijke, als de gemeente nodig casu quo wenselijk acht; en
dat deze voorzieningen worden aangebracht, onderhouden en vernieuwd als de gemeente dit gelast.
Het gaat hierbij om inrichtingen en voorzieningen die door de gemeente, namens de gemeente of door haar aangewezen derden zijn of worden aangebracht.
Schade die een onmiddellijk gevolg is van de uitvoering van werkzaamheden zoals bedoeld onder sub a., wordt na overleg met de erfpachter hersteld of aan hem vergoed. Dat geldt ook voor schade die het gevolg is van de aanwezigheid van inrichtingen en voorzieningen die na de uitgifte zijn aangebracht. Herstel vindt plaats door de gemeente of door een derde in opdracht van de gemeente. De kosten van dit herstel komen voor rekening van de gemeente of deze derde. Als de gemeente en de erfpachter het niet eens worden over de aard en de hoogte van de schadeloosstelling, wordt deze vastgesteld door deskundigen.
**17.6.** De gemeente kan ontheffing verlenen van de in artikel 17.1 tot en met 17.5 genoemde verplichtingen en verboden op een daartoe strekkende schriftelijk verzoek van de erfpachter. Indien de gemeente ontheffing van een verbod of verplichting verleent, kan zij hieraan voorwaarden verbinden, waar onder de herziening van de canon op voet van artikel 12.
Artikel 17