**30.1.** Alle betalingen door de erfpachter vinden plaats op een wijze die de gemeente aangeeft.
**30.2.** Als de gemeente een betaling heeft voldaan die volgens de Algemene Bepalingen of de Bijzondere Bepalingen voor rekening van de erfpachter is, moet de erfpachter deze aan de gemeente vergoeden.
**30.3.** Korting of verrekening van betalingen die de erfpachter moet voldoen, is uitsluitend toegestaan als het om onbetwiste vorderingen op de gemeente gaat, die direct verband houden met het erfpachtrecht.
**30.4.** Als de erfpachter niet of niet tijdig betaalt, is hij te rekenen vanaf de vervaldag een vertragingsrente over het achterstallige bedrag verschuldigd. Deze vertragingsrente wordt als volgt berekend:
bij natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf op de voet van artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek;
bij rechtspersonen en natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf op de voet van artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend en worden de gevonden bedragen afgerond op hele bedragen.
Na afloop van ieder jaar wordt het bedrag waarover de vertragingsrente wordt berekend, vermeerderd met de verschuldigde vertragingsrente over het afgelopen jaar (samengestelde rente).
**30.5.** Ongeacht de omschrijving die de erfpachter aan zijn betaling geeft, rekent de gemeente iedere betaling aan zijn schulden toe in de volgende volgorde:
boete(s) verschuldigd overeenkomstig artikel 24;
rente(n) verschuldigd overeenkomstig lid 4 van dit artikel;
andere dan de hiervoor onder a en b en hierna onder d vermelde schulden die de erfpachter als gevolg van het erfpachtrecht heeft;
de canon of de afkoopsom.