**6.1.** De onroerende zaak wordt, tenzij uitdrukkelijk in de aanbieding en/of de Bijzondere Bepalingen anders is overeengekomen, in erfpacht uitgegeven:
onvoorwaardelijk en niet onderhevig aan inkorting, ontbinding of welke vernietiging dan ook;
niet bezwaard met beslagen, hypotheken of inschrijving daarvan noch met andere dan de opgegeven en door de erfpachter uitdrukkelijk aanvaarde beperkte rechten;
vrij van huur, pacht en andere gebruiksrechten;
vrij van andere bijzondere lasten en beperkingen die anderszins de in de Bijzondere Bepalingen overeengekomen bouw, verdere inrichting en ingebruikneming van de onroerende zaak verhinderen of beperken.
**6.2.** Tenzij partijen in de aanbieding en/of de Bijzondere Bepalingen anders overeenkomen, wordt de onroerende zaak afgeleverd in de toestand, waarin die zich bevindt op de datum van ondertekening van de erfpachtakte.
Onverminderd het bepaalde in de vorige zin is de gemeente verplicht de onroerende zaak zodanig af te leveren dat die in milieu hygiënisch opzicht geschikt is voor de / het overeengekomen bestemming en gebruik. Dat wil zeggen dat de tot de onroerende zaak behorende bodem en het grondwater ter plaatse voldoende vrij is van stoffen die volgens de opvattingen die gangbaar zijn op het moment van de uitgifte en met het oog op de bestemming ernstig gevaar voor de volksgezondheid of het milieu opleveren.
**6.3.** De inbezitstelling van de onroerende zaak geschiedt, tenzij in de aanbieding en/of de Bijzondere Bepalingen uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen, bij de ondertekening van de erfpachtakte. Indien de inbezitstelling plaatsvindt op een ander tijdstip dan bij de ondertekening van de erfpachtakte, eindigt de zorgplicht van de gemeente op het betreffende andere tijdstip van de inbezitstelling.
**6.4.** Aan de erfpachtakte wordt een bodemonderzoek gehecht dat tenminste voldoet aan de eisen van een nulonderzoek volgens normblad NEN 5740 zoals dat geldt ten tijde van de uitgifte in erfpacht dan wel volgens een te eniger tijd daarvoor in de plaats getreden richtlijn casu quo (richt)norm. Het onderzoek geeft inzicht in de milieu hygiënische bodem- en grondwatergesteldheid van de onroerende zaak op de datum van:
de uitgifte van het erfpachtrecht, of
de economische verkrijging van het erfpachtrecht; dit is het geval als de erfpachter de onroerende zaak vóór de uitgifte van het erfpachtrecht in bezit gesteld heeft gekregen en in gebruik heeft genomen.
Dit bodemonderzoek geldt tijdens de looptijd van het erfpachtrecht als uitgangspunt voor de toepassing van artikel 14 en artikel 17.4.
**6.5.** De gemeente staat er voor het overige niet voor in dat de afgeleverde onroerende zaak aan de overeenkomst beantwoordt, tenzij partijen in de aanbieding en/of de Bijzondere Bepalingen anders zijn overeengekomen.
Artikel 6