Voor het verstrekken van leningen of garanties aan derden uit hoofde van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. De gemeente voert een terughoudend beleid t.a.v. leningen en garanties aan derden. De voorwaarden waaronder leningen en garanties wel kunnen worden verstrekt, zijn nader uitgewerkt in de “Voorwaarden en andere regels garanties en leningen”, zoals opgenomen in de bijlage bij dit statuut.
Voor elk voornemen tot het verstrekken van een lening of garantie wordt de financiële positie en de kredietwaardigheid van de ‘vragende’ partij beoordeeld.
Voor garanties wordt een plafond gehanteerd van € 45 miljoen. De actuele financiële waarde van de gezamenlijke garantstellingen (lopende garanties en te verstrekken garanties) mag niet hoger zijn dan het gestelde plafond. Tot de garantstellingen binnen dit plafond worden niet gerekend de garanties die zijn verstrekt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, waarbij de gemeente en rijksoverheid alleen als achtervang optreden.
Het college besluit op een aanvraag voor een lening of garantie met inachtneming van de “Voorwaarden en andere regels garanties en leningen” en het garantieplafond voor zover de lening(en) of garantie(s) vanuit de gemeente Leidschendam-Voorburg aan de ontvangende partij niet de grens van 300.000 euro overschrijdt/overschrijden waarboven het oordeel aan de gemeenteraad is.
Indien een aanvraag om garantstelling niet past binnen de “Voorwaarden en andere regels garanties en leningen” of door verstrekking van de garantstelling het plafond in enig begrotingsjaar dreigt te worden overschreden, kan het college de garantstelling niettemin verstrekken nadat de raad heeft ingestemd met de verstrekking in afwijking van de voorwaarden en andere regels, respectievelijk het plafond heeft opgehoogd.
Hoofdstuk
Artikel 7
Kredietrisicobeheer bij gemeentegaranties, borgtochten of leningen aan derden
Onderdeel van Treasurystatuut Leidschendam-Voorburg 2020