**1..** Een deelnemer kan uittreden uit de regeling.
**2..** Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling uit te treden.
**3..** Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht genomen.
**4..** Uittreding uit de regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar.
**5..** Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden maakt, na verkregen toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap respectievelijk de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven kenbaar aan het dagelijks bestuur.
**6..** Het dagelijks bestuur maakt dit voornemen tot uittreding onmiddellijk bekend bij het algemeen bestuur en de dagelijkse besturen van de deelnemers.
**7..** Indien een deelnemer overeenkomstig het bepaalde in lid 5 van dit artikel zijn voornemen tot uittreding kenbaar heeft gemaakt, stelt het algemeen bestuur voor de datum van uittreding het schadebedrag vast.
**8..** Voor de berekening van het schadebedrag wordt de jaarlijkse bijdrage als rekenfactor gehanteerd over een periode van vijf jaren, gelijkelijk afbouwend in percentage. De percentages zijn achtereenvolgend: Jaar 1:100%, Jaar 2:80%, Jaar 3:60%, Jaar 4:40% en Jaar 5:20%.
**9..** De uittredende deelnemer is gehouden het vastgestelde schadebedrag binnen 6 maanden na de uittredingsdatum te voldoen aan de BWB.
**10..** Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing indien de uittreding van een deelnemer betrekking heeft op een of meer van de deeltaken WOZ, heffen, innen en of BAG.
**11..** Bij het uittreden van een deelnemer voor een of meer deeltaken, kan het college van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur van de BWB besluiten dat de BWB de bevoegdheid blijft behouden voor het uitvoeren van een of meer deeltaken op basis van de tot de uittredingsdatum geldende verordeningen van de uittredende deelnemer.
Hoofdstuk 11:
Artikel 37