Er is een deelautovergunning stadsbreed.
Voor het verkrijgen en behouden van een deelautovergunning stadsbreed gelden naast de voorwaarden van dit artikel de regels en voorwaarden van artikel 20 met uitzondering van de leden 1, 4, 5 en 7 en de onderdelen over zero-emissie uit lid 9 sub b en over MaaS uit lid 9 sub e.
Het recht om deelautovergunningen stadsbreed aan te vragen wordt voor de duur van de proefperiode aan maximaal 2 deelauto-organisaties toegekend op basis van de procedure beschreven in hoofdstuk 3 van deze nadere regel. Andere deelauto-organisaties kunnen geen deelautovergunning stadsbreed aanvragen.
Deelauto-organisaties kunnen alleen het recht verkrijgen om deelautovergunningen aan te vragen indien zij voldoen aan de volgende basiseisen:
De basiseisen uit artikel 20, lid 9a
De deelauto-aanbieder mag niet verweven zijn met een andere onderneming die voor de proefperiode een deelautovergunning stadsbreed heeft aangevraagd.
De deelauto-organisatie kan aantonen dat hij bij aanvang van de proefperiode aanbod van deelauto’s op andere plekken in Nederland heeft dat uitwisselbaar is met het aanbod in Utrecht; verhuringen kunnen worden gestart en beëindigd op andere plekken in Nederland dan Utrecht.
Elke op grond van hoofdstuk 3 geselecteerde deelauto-organisatie krijgt bij aanvang van de proefperiode het recht om 75 vergunningen stadsbreed aan te vragen. Binnen het eerste jaar van de proefperiode is elke geselecteerde deelauto-organisatie verplicht om minimaal 25 vergunningen aan te vragen. Vanaf een half jaar na de start van de proefperiode kan elke geselecteerde deelauto-organisatie tot in totaal 100 vergunningen aanvragen indien hij heeft aangetoond dat maximaal 25% van het totale aantal verhuringen korter is dan 7,5 km.
Als er op basis van de doorlopen procedure op grond van hoofdstuk 3 geen of maar één deelauto-organisatie is geselecteerd, kan het college tot 3 jaar hierna alsnog een deelauto-aanbieder die aan de eisen voldoet op volgorde van aanmelding het recht geven om vergunningen aan te vragen zonder de procedure van hoofdstuk 3 opnieuw te doorlopen.
Indien er bij aanvang van de proefperiode slechts één deelauto-organisatie is geselecteerd, kan het college bepalen dat deze een jaar na aanvang van de proefperiode 200 deelautovergunningen mag aanvragen.
Het volgende geldt voor de duur van de proefperiode:
De proefperiode duurt drie jaar. Het college kan de proefperiode met maximaal twee keer één jaar verlengen.
Het college bepaalt wanneer de proefperiode start en neemt hierbij de voorgenomen planning van de geselecteerde deelauto-organisaties mee in de overweging.
Een deelautovergunning stadsbreed wordt uitgegeven voor de duur van de proefperiode. De vergunning eindigt van rechtswege aan het einde van de proefperiode. Wanneer de proefperiode wordt verlengd, blijft ook een afgegeven deelautovergunning stadsbreed langer van kracht.
Het volgende geldt voor het servicegebied:
Een deelautovergunning stadsbreed wordt uitgegeven voor het betaald parkeren gebied.
De vergunninghouder mag binnen de gemeentegrenzen zelf het servicegebied vaststellen. Het college kan tijdens de proefperiode gebieden uitsluiten waar de deelautovergunning niet geldig is. Het college kan daarnaast gebieden aanwijzen waar een maximaal aantal voertuigen op grond van een deelautovergunning stadsbreed mag parkeren;
Een deelautovergunning stadsbreed wordt alleen uitgegeven voor deelauto’s die geen schadelijke stoffen uitstoten (zero-emissie).
De vergunninghouder moet vanaf een jaar na de start van de proefperiode voldoen aan de eis dat maximaal 25% van het totale aantal verhuringen korter is dan 7,5 km.
De vergunninghouder heeft vanaf een jaar na start van de proefperiode een MaaS-integratie met tenminste twee partijen die landelijk actief zijn.
Als een vergunninghouder binnen de proefperiode besluit geen gebruik meer te maken van zijn recht om vergunningen stadsbreed aan te vragen, of als het college het recht op de vergunningen beëindigt, dan kan het college de volgende geschikte aanbieder uit de eerder doorlopen selectieprocedure, of indien die er niet is, een andere deelauto-organisatie die aan de voorwaarden voldoet, het recht verlenen om vergunningen aan te vragen.
Hoofdstuk 2
Artikel 20b
Deelautovergunning stadsbreed
Onderdeel van Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen gemeente Utrecht